Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI7138

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
18-09-2009
Zaaknummer
07/13039
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI7138
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht, onttrekking procureur (81 RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 1051
JWB 2009/333
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 september 2009

Eerste Kamer

07/13039

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. Meijer,

t e g e n

mr. A. VAN DEN END, handelend in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Stichting Derdengelden Simoca Ltd., Stichting Derdengelden Simon en de rechtspersonen naar buitenlands recht Conban Beheer Ltd. en Simoca Ltd., h.o.d.n. Conban en Simoca Nederland,

wonende te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.M. Von Schmidt auf Altenstadt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

De (voorganger van de) curator heeft bij exploot van 24 januari 2003 [eiseres] en [betrokkene 1] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] en [betrokkene 1] hoofdelijk dan wel afzonderlijk te veroordelen tot betaling van het bedrag van de schulden van de boedel, voor zover die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, tot een bedrag van € 2.000.000,-- als voorschot, en van het resterende bedrag, nader op te maken bij staat.

[Eiseres] en [betrokkene 1] hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 6 april 2005 [eiseres] en [betrokkene 1] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan de curator van een voorschot van € 2.000.000,-- en tot betaling aan de curator van het bedrag van de schulden van de boedel voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, nader op te maken bij staat.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam en primair gevorderd het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 6 april 2005 te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de rechtbank teneinde [eiseres] alsnog gelegenheid te geven in vrijwaring te dagvaarden.

Bij arrest van 26 juli 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het door [eiseres] gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 september 2009.