Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI6154

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2009
Datum publicatie
05-06-2009
Zaaknummer
43988
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3084, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 3. Levering medische apparatuur. Aan wie is geleverd in de zin van de Wet OB?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2009/1386 met annotatie van Zijlstra
V-N 2009/29.19 met annotatie van Redactie
FutD 2009-1186 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 43.988

5 juni 2009

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 april 2007, nr. BK-06/00228, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting en een beschikking inzake teruggaaf van omzetbelasting.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het tijdvak maart 2003 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke naheffingsaanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende heeft verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het tijdvak oktober 2003. Dit verzoek is door de Inspecteur bij beschikking van 24 september 2004afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

De Rechtbank te 's-Gravenhage (nrs. AWB 05/2076 OB G en AWB 05/2077 OB G) heeft de tegen voormelde uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraken van de Rechtbank en het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor aftrek respectievelijk teruggaaf van de aan haar ter zake van een operatietafel en scanapparatuur in rekening gebrachte omzetbelasting. Daartoe heeft het Hof onder meer geoordeeld dat het ziekenhuis de operatietafel en de scanapparatuur rechtstreeks, dus niet via belanghebbende geleverd heeft gekregen door onderscheidenlijk de leverancier en de fabrikant. Het middel komt tegen dit oordeel op met motiveringsklachten.

3.2. Goederen worden in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 geleverd door de macht om als eigenaar over de desbetreffende lichamelijke zaak te beschikken, aan een ander over te dragen (HR 23 november 2007, nr. 38126, BNB 2008/54). In de door het Hof in onderdeel 6.1 van zijn uitspraak neergelegde oordelen, gelezen tegen de achtergrond van de door de Rechtbank vastgestelde feiten, waarvan het Hof - in cassatie onbestreden - is uitgegaan, ligt besloten het oordeel dat de diverse in verband met de in geding zijnde goederen gesloten contracten, in onderlinge samenhang bezien, ertoe strekten dat de macht om als eigenaar over die goederen te beschikken niet bij belanghebbende zou komen te berusten. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2009.