Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI5741

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
01-07-2009
Zaaknummer
08/01484 A
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI5741
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Het cassatieberoep is gericht tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba a.b.i. art. 591 Sv Aruba, waarbij het Hof verlof heeft verleend tot tenuitvoerlegging (tul) van een vonnis van de United States District Court, Southern District of Florida, waarbij veroordeelde is veroordeeld tot o.m. een gevangenisstraf van 16 mnd. Ingevolge art. 10 jo. art. 11.1 Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: de Cassatieregeling) staat voor 'de verdachte' beroep in cassatie open tegen 'vonnissen' in 'strafzaken'. Een uitspraak als i.c., waarbij het Hof verlof verleent tot tul van de buitenlandse rechterlijke beslissing, kan niet worden aangemerkt als een 'vonnis' in een 'strafzaak' i.d.z.v. de Cassatieregeling, zoals ook veroordeelde niet kan worden aangemerkt als 'verdachte' a.b.i. de Cassatieregeling. Enige andere bij Rijkswet gegeven bepaling op grond waarvan voor veroordeelde beroep in cassatie tegen een uitspraak a.b.i. art. 591 Sv Aruba open staat, ontbreekt (vgl. HR LJN AN7640).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2009, 299
NBSTRAF 2009/299
RvdW 2009, 896
NJB 2009, 1366
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 juni 2009

Strafkamer

Nr. 08/1484 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 25 maart 2008, nummer H 41/08, in de zaak tegen:

[De veroordeelde], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, wonende op [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. J.M. Sjöcrona, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in het cassatieberoep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1. Het cassatieberoep is gericht tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba als bedoeld in art. 591 Sv Aruba, welke bepaling is opgenomen in titel IX 'Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen' van het Zevende Boek inzake 'Enige rechtsplegingen van bijzondere aard'. Bij deze uitspraak heeft het Hof verlof verleend tot tenuitvoerlegging van het op 16 januari 2007 uitgesproken vonnis van de United States District Court, Southern District of Florida, waarbij de veroordeelde schuldig is bevonden aan "conspiracy to structure financial transactions", strafbaar gesteld in Title 18, United States Code, section 371, en veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van zestien maanden.

2.2. Ingevolge art. 10 in verbinding met art. 11, eerste lid, Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: de Cassatieregeling) staat - voor zover hier van belang - voor 'de verdachte' beroep in cassatie open tegen 'vonnissen' in 'strafzaken'. Een uitspraak als de onderhavige, waarbij het Hof verlof verleent tot tenuitvoerlegging van de buitenlandse rechterlijke beslissing, kan niet worden aangemerkt als een 'vonnis' in een 'strafzaak' in de zin van de Cassatieregeling, zoals ook de veroordeelde niet kan worden aangemerkt als 'verdachte' als bedoeld in de Cassatieregeling. Enige andere bij Rijkswet gegeven bepaling op grond waarvan voor de veroordeelde beroep in cassatie tegen een uitspraak als bedoeld in art. 591 Sv Aruba open staat, ontbreekt (vgl. HR 27 januari 2004, LJN AN7640, NJ 2005, 42).

2.3. Uit het vorenoverwogene volgt dat de veroordeelde niet kan worden ontvangen in het door hem ingestelde cassatieberoep.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 30 juni 2009.