Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI5727

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-09-2009
Datum publicatie
02-09-2009
Zaaknummer
07/13409
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI5727
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Betekening appeldagvaarding. Het dubbel van de dgv voor de tz van het Hof en de akte van uitreiking bevinden zich niet bij de stukken die aan de HR zijn gezonden. Blijkens een brief van de voorzitter van het Hof zijn deze stukken na de tz. in het ongerede geraakt. Dat brengt mee dat het er in cassatie voor moet worden gehouden dat de appeldgv niet op de bij wet voorgeschreven wijze is betekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 965
NJB 2009, 1665
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 september 2009

Strafkamer

nr. 07/13409

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 22 februari 2007, nummer 21/001019-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 8 februari 2007 niet nietig heeft verklaard, aangezien in rechte moet worden vermoed dat deze dagvaarding niet, althans niet op de voorgeschreven wijze is uitgereikt.

2.2.1. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 februari 2007 houdt onder meer het volgende in:

"De voorzitter doet de zaak tegen de na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte genaamd:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

wonende te [woonplaats],

is niet verschenen.

Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan."

2.2.2. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van de voorzitter van het Hof, gericht aan de Hoge Raad der Nederlanden van 19 maart 2008, inhoudende:

"Naar aanleiding van Uw brief van 6 maart 2008 moet ik u berichten dat in de zaak met parketnummer 21/001019-06 (verdachte [Verdachte]) de dagvaarding voor de zitting van 8 februari 2008 en de daarop betrekking hebbende akte van uitreiking na de zitting in het ongerede zijn geraakt en ondanks uitgebreide naspeuringen niet meer getraceerd konden worden."

2.3. Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevinden zich niet het dubbel van de dagvaarding van de verdachte voor de terechtzitting van het Hof van 8 februari 2007 en de akte van uitreiking. Blijkens de hiervoor onder 2.2.2 vermelde brief van de voorzitter van het Hof zijn deze stukken na de terechtzitting in het ongerede geraakt. Dat brengt mee dat het er in cassatie voor moet worden gehouden dat de appeldagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend.

Het middel is dus terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad zal de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 1 september 2009.