Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI4701

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-09-2009
Datum publicatie
02-09-2009
Zaaknummer
08/03672 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI4701
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beslag. Maatstaf. Het voortduren van beslag is ex art. 116 Sv afhankelijk van het belang van de strafvordering. Onder dat belang is te verstaan het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat. Tot deze belangen behoort niet alleen het belang dat is gemoeid met verbeurdverklaring en onttrekking a.h. verkeer, maar ook het belang van de waarheidsvinding. Door te oordelen dat teruggave dient plaats te vinden indien aan het criterium is voldaan dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal ontrekken a.h. verkeer, heeft de Rb derhalve een te beperkte – en daarmee onjuiste – maatstaf aangelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 932
NJ 2009, 408
NJB 2009, 1669
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 september 2009

Strafkamer

Nr. 08/03672

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 8 juli 2008, nummer RK 08/102, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Limburg-Zuid, locatie De Geerhorst" te Sittard

1. Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de ongegrondverklaring van het beklag, en evenmin tegen de gegrondverklaring en de last tot teruggave voor zover het betreft de voorwerpen A-1101, A-1102, A-1107, A-1108, A-1110 (behoudens de Zulassungsbescheinigung Teil II ac-rb 97), A-1111, A-1113, A-1114, A-1115, A-1304 en A-1305 waarover de Officier van Justitie al had beslist dat deze zouden worden teruggegeven - is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel komt op tegen de beslissing van de Rechtbank onder meer met de klacht dat de Rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd.

2.2. De bestreden beschikking houdt wat betreft de goederen waarvan de Officier van Justitie heeft aangegeven dat hij zich tegen teruggave aan de klager verzet, het volgende in:

"- 5001, een personenauto, merk BMW, type 320, kleur zwart en voorzien van het V.I.N. [001];

- 5003, een personenauto, merk VW, type Golf, kleur groen en uitgerust als stockcar V.I.N. [002];

- 5005, een radionavigatie systeem, model, 1JE6394, serienummer [003], merk Becker;

- 5006, een versnellingsbak, merk BMW, nummer [004];

- 5007 een versnellingsbak, merk BMW, geen nummer weggeslepen;

- 5008, een versnellingsbak, merk BMW, nummer [005];

- 5009, een blok, merk BMW plus Bak, zes cilinder, motornummer [006];

- 5011, een motor, model Quad, merk Yamaha, type Raptor, motornummer [007];

- 6001, plaatdelen met V.I.N. [008];

- 8001, een bedrijfsvoertuig, merk Mercedes, kleur wit en voorzien van het kenteken [AA-00-BB]. Bestemd voor transport van auto's;

- 8002, een aanhangwagen voorzien van het kenteken [CC-00-DD];

- Een motorfiets, merk Honda, die niet op de lijst staat vermeld.

(...)

Beoordeling

Klager stelt dat hij zich door het voortduren van voormelde inbeslagname bezwaard voelt, aangezien met het voortduren van het beslag geen strafrechtelijk en/of strafvorderlijk belang gediend wordt, nu een verbeurdverklaring en/of onttrekking aan het verkeer niet te verwachten valt.

De officier van justitie heeft het volgende naar voren gebracht.

Blijkens een schrijven d.d. 2 juli 2008 van de zaaksofficier van justitie mr. Geuns - een kopie van dit schrijven is op 1 juli 2008 aan de raadsman verstrekt - is reeds besloten tot teruggave van een groot aantal goederen, te weten A-1101, A-1102, A-1107, A-1108, A-1110 (behoudens de Zulassungsbescheinigung Teil II ac-rb 97), A-1111, A-1113, A-1114, A-1115, A-1304 en A-1305. Ten aanzien van deze goederen dient klager, bij gebrek aan belang, in zijn beklag niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ten aanzien van de overige goederen, die gestolen blijken te zijn, dient het klaagschrift volgens de officier van justitie ongegrond te worden verklaard, nu deze goederen te zijner tijd onttrokken zullen worden aan het verkeer dan wel verbeurd verklaard zullen worden. De officier van justitie heeft in verband hiermee verwezen naar voornoemd schrijven van de zaaksofficier van justitie.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de 'Zulassungsbescheinigung Teil II ac-rb 97' nog naar voren gebracht dat hij het antwoord op de vraag waarom dit document betreffende een niet gestolen voertuig niet teruggegeven kan worden, schuldig moet blijven.

De rechtbank overweegt als volgt.

Nu onduidelijk is of de goederen, waarvan de officier van justitie reeds tot teruggave heeft beslist, ook daadwerkelijk aan klager zijn teruggegeven, zal de rechtbank het klaagschrift ten aanzien van deze goederen gegrond verklaren en een last tot teruggave geven.

Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van de versnellingsbak onder nummer 5007, is de rechtbank van oordeel dat deze aan klager dienen te worden teruggeven, zodat ook daartoe een last zal worden gegeven.

Uit het proces-verbaal van 25 april 2008 blijkt dat onderzoek is gedaan naar de herkomst van de inbeslaggenomen goederen en dat dat ten aanzien van de niet door de officier van justitie teruggegeven goederen niet tot resultaat heeft geleid.

Teruggave dient plaats te vinden als het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer. Aan dit criterium wordt hier voldaan.

De stelling van de officier van justitie dat er van moet worden uitgegaan dat de niet door hem teruggegeven goederen een criminele herkomst hebben omdat klager verschillende goederen onder zich had die van misdrijf afkomstig zijn, deelt de rechtbank niet.

Ten aanzien van de versnellingsbak onder nummer 5007, waarvan het nummer is weggeslepen, is de rechtbank van oordeel dat het onderzoeksbelang het voortduren van het beslag niet langer vordert. Toch zal het inbeslaggenomene niet worden teruggegeven, omdat zich hier niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer. Het klaagschrift zal voor wat betreft de versnellingsbak onder nummer 5007 ongegrond worden verklaard."

2.3. Het voortduren van het beslag is ingevolge art. 116 Sv afhankelijk van het belang van de strafvordering. Onder dat belang is te verstaan het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat. Tot deze belangen behoort niet alleen het belang dat is gemoeid met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer, maar ook het belang van de waarheidsvinding. Door te oordelen dat teruggave dient plaats te vinden indien aan het criterium is voldaan dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer, heeft de Rechtbank derhalve een te beperkte - en daarmee een onjuiste - maatstaf aangelegd. De klacht slaagt derhalve.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2009.