Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI4699

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
08-07-2009
Zaaknummer
07/11208
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI4699
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8939, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Het Hof heeft een verklaring van de verdachte als bewijsmiddel opgenomen, terwijl het in een nadere bewijsoverweging heeft geoordeeld het die verklaring ongeloofwaardig acht. De bewezenverklaring is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 955
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 juli 2009

Strafkamer

Nr. 07/11208

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 december 2006, nummer 22/001535-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.A. Kaarls, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel komt op tegen de bewezenverklaring.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 01 juli 2004 tot en met 12 januari 2005 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [a-straat 1] een hoeveelheid van in totaal 800 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."

2.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door [verbalisant 1] en andere opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:

"Op 14 februari 2005 hebben wij naar aanleiding van een melding van een anonieme melder een onderzoek ingesteld naar een mogelijke hennepkwekerij in perceel [a-straat 1] te [plaats]. Na onderzoek bleek dat de ramen aan de achterzijde van de woning, op de vierde etage, waren afgesloten middels houten platen. Wij waren in het bezit van een machtiging tot binnentreden. Na betreding van de woning, via een raam aan de achterzijde van de woning, op de vierde etage bleek dat op het adres [a-straat 1] te [plaats] een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. Wij hebben niemand in de woning aangetroffen. Wij zagen dat de kweekruimten toegankelijk waren via een afgesloten tussendeur. In de kweekruimten stonden 800 hennepplanten."

b. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door [verbalisant 1] en een andere opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:

"Op 9 maart 2005 hebben wij buiten heterdaad aangehouden [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1973 te [ge[woonplaats] en wonende te [woonplaats], [b-straat 1]. De aanhouding werd verricht op grond van artikel 3 sub b en artikel 11 lid 1 van de Opiumwet. Gedurende het onderzoek naar de hennepkwekerij, die op 12 januari 2005 aangetroffen en ontmanteld is in perceel [a-straat 1] te [plaats], is gebleken dat er ten aanzien van verdachte [verdachte] een redelijk vermoeden van schuld bestaat ten aanzien van narcotica als genoemd in bijlage II van de Opiumwet. Hierop is verdachte op 9 maart 2005 gelicht uit Penitentiaire Inrichting Leuvense Poort te Den Bosch."

c. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Op 15 februari 2005 heb ik een gedeelte van de op 14 februari 2005 in perceel [a-straat 1] te [plaats] in beslag genomen partij hennep onderzocht. Het betrof hier jonge vrouwelijke hennepplanten. De vrouwelijke hennepplanten hadden een beginnende wortelgroei. De vrouwelijke hennepplanten waren klonen (stekjes). In een potje op de gang van de tweede etage zaten gedroogde vrouwelijke henneptoppen. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en strafbaar gesteld in artikel 3 van de Opiumwet."

d. een rapport van het Bureau Recherche Expertise Financiële Recherche Unit van de Politie Haaglanden, opgemaakt door [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur:

"Naar aanleiding van een door verbalisant [verbalisant 1] en anderen ingesteld onderzoek op 14 februari 2005 in perceel [a-straat 1] te [plaats] bleek dat op deze datum in werking zijnde hennepkwekerij in genoemd pand aanwezig was.

In deze rapportage wordt uitgegaan van de onderzoeksperiode van 1 november 2004 tot en met 14 februari 2005. Dit is ongeveer 3,5 maanden = 15 weken.

Uit ervaringscijfers blijkt dat een periode van kweek ongeveer 10 weken vergt. Uit ervaringscijfers blijkt voorts dat het inrichten van een hennepkwekerij ongeveer 2 weken vergt. Uitgaande van 5 kweken per jaar ofwel iedere 10 weken dat geoogst kan worden, wordt in deze rapportage aangenomen dat verdachte één geslaagde oogst heeft gehad. Gelet op het (licht) verkleurde stoffilter om het koolstoffilter, de aangetroffen bladresten van een vorige kweek, de gebruikte schaartjes en het stof op de kappen van de assimilatielampen is het aannemelijk dat er voor deze kweek een vorige kweek (oogst) is geweest."

e. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik ben eigenaar van enkele panden in [plaats], waaronder perceel [a-straat 1]. Per 1 juli 2004 heb ik het pand verhuurd aan [verdachte]. [Verdachte] woonde op de [b-straat 1] te [plaats]. Hij vertelde mij dat hij in perceel [a-straat 1] ging wonen. [Verdachte] kwam mij vanaf juli 2004 iedere maand contant de huur betalen. Hij wilde de huur (à € 725,- per maand) contant betalen omdat hij steeds zei dat hij het niet via de bank voor elkaar kon krijgen."

f. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Ik huur perceel [a-straat 1] van [betrokkene 1]. Ik woonde op de [b-straat 1] in [plaats]. Ik heb omstreeks de eerste week van juli 2004 contact gekregen met [betrokkene 1]. Ik heb na bezichtiging besloten de woning te huren en kreeg gelijk de sleutel. Ik ging het pand op de [a-straat] huren omdat ik weg wilde uit [plaats]. Ik heb het pand op de [a-straat] eerst op proef gehuurd. Ik heb er ongeveer een week gewoond. In het eerste weekeinde van augustus 2004 heb ik in de woning geslapen. Ik ben uiteindelijk toch niet op de [a-straat] gaan wonen omdat ik het te duur vond. Er was ook veel lawaai op de [a-straat]. Ik betaalde voor de [a-straat] € 725,- per maand. Op de [b-straat] betaalde ik € 283,79. Eind augustus raakte ik aan de praat met twee kennissen in [plaats]. In september zijn zij in het pand getrokken. Ik heb hen toen de sleutels gegeven. Zij zouden het geld contant aan mij betalen. Ik wil hun namen niet noemen."

g. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"Ik huurde het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] van [betrokkene 1]. Ik heb vervolgens het pand aan de [a-straat 1] aan twee mannen onderverhuurd. Die mannen wilden daar wonen. Ik wil hun namen niet noemen."

2.4. Het Hof heeft voorts nog het volgende overwogen:

"Het hof acht de verklaring van verdachte dat hij het pand [a-straat 1] al snel heeft onderverhuurd aan twee personen niet geloofwaardig. Het hof neemt hierbij met name het volgende in aanmerking:

- verdachte heeft altijd vlakweg geweigerd die personen te identificeren;

- verdachte is nog kort geleden veroordeeld voor hennepteelt."

2.5. Het Hof heeft in de gebezigde bewijsmiddelen als verklaring van de verdachte opgenomen en dus vastgesteld dat deze de door hem gehuurde woning waarin de politie een hennepkwekerij heeft aangetroffen, heeft onderverhuurd aan twee mannen. In een nadere bewijsoverweging heeft het Hof evenwel geoordeeld dat het die verklaring ongeloofwaardig acht. Daarom is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Voor zover het middel daarover klaagt is het terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 juli 2009.