Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI4688

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
08-07-2009
Zaaknummer
07/10873
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI4688
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Strafmotivering. ’s Hofs vaststelling dat verdachte na het feit i.c. opnieuw heeft gehandeld in strijd met de Opw is niet zonder meer begrijpelijk. Het door het Hof genoemde Uittreksel Justitiële Documentatie houdt geen onherroepelijke veroordelng in t.z.v. een na de in deze zaak bewezenverklaarde periode gepleegde overtreding van de Opw. De strafoplegging is daarom ontroereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 951

Uitspraak

7 juli 2009

Strafkamer

Nr. 07/10873

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 juli 2007, nummer 23/003644-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. M.J.C. Zuurbier, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep te worden afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof de opgelegde straf ontoereikend heeft gemotiveerd, nu het Hof heeft meegewogen dat de verdachte blijkens een Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 mei 2007 na het bewezenverklaarde feit opnieuw heeft gehandeld in strijd met de Opiumwet, terwijl dit uittreksel niet inhoudt dat de verdachte voor zodanige later gepleegde feiten onherroepelijk is veroordeeld.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 augustus 2003 tot en met 2 maart 2004 te Broek in Waterland, gemeente Waterland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt in een pand aan de [a-straat], telkens een hoeveelheid van 1664 hennepplanten."

2.3. Het Hof heeft ter motivering van de opgelegde straf het volgende overwogen:

"Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich met zijn mededader(s) schuldig gemaakt aan het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten. Hennep is een voor de gezondheid schadelijke stof. De geteelde hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn voor verdere verspreiding en handel. De handel in softdrugs bevordert vaak allerlei maatschappelijk onwenselijke neveneffecten. De verdachte heeft slechts gehandeld met het oog op financieel gewin.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 mei 2007 is de verdachte eerder voor soortgelijke delicten veroordeeld, uit ditzelfde uittreksel blijkt ook dat verdachte na dit feit opnieuw heeft gehandeld in strijd met de Opiumwet. Het hof is dan ook van oordeel dat het noodzakelijk is dat de verdachte er in de toekomst van wordt weerhouden om strafbare feiten te plegen en acht, alles afwegende, een (voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Naast deze gevangenisstraf acht het hof, gezien de ernst van het feit een taakstraf op zijn plaats."

2.4. De vaststelling van het Hof "dat de verdachte na dit feit opnieuw heeft gehandeld in strijd met de Opiumwet" is niet zonder meer begrijpelijk. Het door het Hof genoemde Uittreksel Justitiële Documentatie houdt geen onherroepelijke veroordeling in ter zake van een na de in deze zaak bewezenverklaarde periode gepleegde overtreding van de Opiumwet. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

2.5. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 7 juli 2009.