Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI4192

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-07-2009
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
09/00310
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI4192
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Ontzetting omgang vader met zijn minderjarig kind (art. 1:377a lid 3 BW) (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 130, geldigheid: 2009-07-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 866
JWB 2009/265

Uitspraak

10 juli 2009

Eerste Kamer

09/00310

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 7 juli 2006 ter griffie van de rechtbank Almelo ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, om de beschikking van de rechtbank Almelo van 19 mei 2004 te wijzigen, in die zin dat voortaan het gezag over het minderjarige kind van partijen, [de zoon], alleen aan de vrouw toekomt en dat de omgang tussen de vader en [de zoon] wordt stopgezet.

De vader heeft het verzoek bestreden.

Bij beschikking van 30 januari 2008 heeft de kinderrechter het verzoek van de moeder tot vaststelling van het eenhoofdig gezag over [de zoon] afgewezen. Met betrekking tot de verzochte wijziging van de omgangsregeling heeft de kinderrechter aan de Raad voor de Kinderbescherming verzocht advies uit te brengen over de mogelijkheden tot vaststelling van een omgangsregeling.

Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 21 oktober 2008 de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw beschikkende, de moeder belast met het gezag over [de zoon]. Voorts heeft het hof het convenant dat deel uitmaakt van de beschikking van de rechtbank Almelo van 19 mei 2004 met betrekking tot de daarin opgenomen omgangsregeling tussen de vader en [de zoon] gewijzigd, in die zin dat de vader het recht op omgang met [de zoon] wordt ontzegd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de vader heeft op 26 mei 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.