Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI3455

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
12-06-2009
Zaaknummer
09/01324
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI3455
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bopz; machtiging tot voortgezet verblijf of voorwaardelijke machtiging?; geen ambtshalve bevoegdheid rechter andere machtiging te verlenen dan verzocht.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 8a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 735
NJB 2009, 1221
JWB 2009/211
BJ 2009/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juni 2009

Eerste Kamer

09/01324

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie

De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft op 16 december 2008, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelplan, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

Bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 30 december 2008, in aanwezigheid van de raadsman van betrokkene en de arts [de arts], heeft betrokkene verklaard dat zij inmiddels weer thuis verblijft. De verdere behandeling van het verzoek is op die datum aangehouden tot 20 januari 2009 pro forma om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen desgewenst een verzoek tot het verlenen van een andersoortige machtiging in te dienen.

Op 6 februari 2009 heeft de officier van justitie de rechtbank, onder overlegging van een op 8 januari 2009 ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelplan, verzocht tot verlening van een voorwaardelijke machtiging van betrokkene.

Bij beschikking van 30 december 2008 heeft de rechtbank een voorwaardelijke machtiging verleend tot uiterlijk 30 juni 2009, met de voorwaarde dat betrokkene zich onder behandeling stelt van de behandelaar overeenkomstig het overgelegde behandelingsplan.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te Rotterdam.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) De officier van justitie heeft op 16 december 2008 de rechtbank verzocht een machtiging te verlenen tot voortgezet verblijf van betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis Bavo Europoort te Rotterdam.

(ii) Het verzoek is door de rechtbank behandeld ter terechtzitting van 30 december 2008 in aanwezigheid van onder anderen betrokkene en haar raadsman.

(iii) Blijkens het proces-verbaal van die zitting heeft betrokkene toen verklaard dat zij inmiddels weer thuis verbleef; de raadsman heeft daaraan toegevoegd dat derhalve geen machtiging tot voortgezet verblijf kon worden verleend. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar art. 8a Wet Bopz, de verdere behandeling van het verzoek pro forma aangehouden tot 20 januari 2009 om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een verzoek tot het verlenen van een andersoortige machtiging in te dienen.

(iv) Bij beschikking van 30 december 2008 heeft de rechtbank ten aanzien van betrokkene een voorwaardelijke machtiging verleend met een geldigheidsduur tot 30 juni 2009.

3.2 De rechtbank, die zich afvroeg of een voorwaardelijke machtiging als bedoeld in art. 14a Wet Bopz niet passender zou zijn dan de verzochte machtiging, heeft "met gebruikmaking van art. 8a Wet Bopz" een voorwaardelijke machtiging verleend in plaats van de gevraagde machtiging. Terecht komt onderdeel 2 hiertegen op, nu art. 8a Wet Bopz de rechter geen bevoegdheid geeft ambtshalve een andere machtiging te verlenen dan door de officier van justitie is verzocht (vgl. HR 14 april 2006, nr. R06/12, NJ 2008, 436).

Het middel behoeft voor het overige geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 30 december 2008;

verwijst de zaak naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.