Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI1458

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-05-2009
Datum publicatie
12-05-2009
Zaaknummer
08/04075 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI1458
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 657
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 mei 2009

Strafkamer

nr. 08/04075 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Haarlem van 21 december 2006, nummer 15/740854-06, ingediend door mr. J.L. Scheltens, advocaat te Haarlem, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen (WAM) sluiten en in stand houden", gepleegd op 1 maart 2006 met het motorvoertuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 380,-, subsidiair zeven dagen hechtenis, waarvan € 190,-, subsidiair drie dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage houdt in dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden blijkt dat het kenteken [AA-00-BB] abusievelijk niet per 30 maart 2005 ongeldig is verklaard, waardoor de aanvrager sindsdien ten onrechte als kentekenhouder geregistreerd is blijven staan.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Kantonrechter zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een schrijven van [betrokkene 1] namens de Rijksdienst voor het Wegverkeer van 11 maart 2008, inhoudende:

"Op 5 januari 2005 is door de politie Kennemerland afdeling Technische Recherche een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het voertuig met het kenteken [AA-00-BB]. Uit dit onderzoek is gebleken dat het vinnummer in het betreffende voertuig niet door de fabrikant is ingeslagen. Het vinnummer dat door etsbehandeling naar voren is gekomen behoort toe aan het voertuig met het kentekennummer [CC-00-DD]. Naar aanleiding van dit onderzoek is het voertuig met het kenteken [CC-00-DD] door de RDW op 30-03-2005 ongeldig verklaard. Het voertuig met het kenteken [AA-00-BB] is helaas om onduidelijke reden niet ongeldig verklaard op 30-03-2005 maar pas op 07-03-2008."

4.2. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Kantonrechter uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen dat de Kantonrechter, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Haarlem van 21 december 2006;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 12 mei 2009.