Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI1025

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
08/03422
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI1025
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vordering benadeelde partij. De opvatting dat de algemeen directeur van een rechtspersoon slechts met een bijzondere volmacht namens de rechtspersoon het in art. 51b.1 Sv bedoelde voegingsformulier kan ondertekenen en de rechtspersoon als bp in het strafproces kan vertegenwoordigen, is onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 759
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 juni 2009

Strafkamer

nr. 08/03422

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 april 2005, nummer 23/000754-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof de benadeelde partij ten onrechte ontvankelijk heeft geacht in de vordering.

2.2. Het middel berust op de opvatting dat de algemeen directeur van een rechtspersoon slechts met een bijzondere volmacht namens de rechtspersoon het in art. 51b, eerste lid, Sv bedoelde voegingsformulier kan ondertekenen en de rechtspersoon als benadeelde partij in het strafproces kan vertegenwoordigen. Deze opvatting is onjuist. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 2 juni 2009.