Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI1022

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
08/01079
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI1022
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geldigheid betekening appeldagvaarding. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof geoordeeld dat het door de verdachte bij het instellen van hoger beroep opgegeven “post/verblijf/huidig adres” een in de GBA geregistreerd adres was dat door zijn emigratie is achterhaald. Nu de aan de HR toegezonden stukken niet inhouden dat bij de desbetreffende gemeente navraag is gedaan of de verdachte bij zijn vertrek de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geregistreerd, mag niet worden aangenomen dat zijn woon- of verblijfplaats in het buitenland niet bekend is, ook al is in het GBA vermeld dat verdachte naar een ander land is vertrokken. Derhalve is ’s Hofs oordeel dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend ontoereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 757
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 juni 2009

Strafkamer

nr. 08/01079

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 september 2005,

nummer 23/003236-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel komt op tegen het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend.

2.2. Tot de stukken behoren onder meer:

(i) een aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehecht "Verwerkingsoverzicht GBA-gegevens" van 14 september 2005, onder meer inhoudende:

"Geëmigreerd per 07-12-2004

(...) Historisch adres

Adres: [a-straat 1]

Woonplaats: [woonplaats] (...)

Datum aanvang: 03-08-2004"

(ii) een aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehechte akte van uitreiking, die inhoudt dat die dagvaarding op 23 augustus 2005 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de Rechtbank te Amsterdam omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.

2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in:

"De advocaat-generaal legt over een formulier waaruit blijkt dat achtereenvolgens bij het dagvaarden, vier dagen voor de terechtzitting van heden en heden door middel van geautomatiseerde informatiesystemen (VIP) is gecontroleerd of verdachte in een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef, hetgeen niet het geval bleek te zijn."

2.4. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof geoordeeld dat het door de verdachte bij het instellen van het hoger beroep opgegeven "post/verblijf/huidig adres" een in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) geregistreerd adres was dat door zijn emigratie is achterhaald. Voor zover het middel klaagt dat de betekening op dat adres had dienen plaats te vinden, faalt het.

2.5. Wanneer volgens opgave van de GBA de verdachte naar een ander land is vertrokken, mag eerst dan worden aangenomen dat zijn woon- of verblijfplaats in het buitenland niet bekend is, indien bij de desbetreffende gemeente - zonder

resultaat - navraag is gedaan of de verdachte bij zijn vertrek de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geregistreerd (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317 rov. 3.20 en HR 8 juni 1999, LJN ZD 1371, NJ 1999, 617). In aanmerking genomen dat de aan de Hoge Raad toegezonden stukken niet inhouden dat een dergelijke navraag hier is gedaan, is het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend, ontoereikend gemotiveerd. Voor zover het middel daarover klaagt is het terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven. De Hoge Raad zal de dagvaarding in hoger beroep om doelmatigheidsredenen nietig verklaren. De overige middelen behoeven daarom geen bespreking.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 juni 2009.