Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI0464

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
12-06-2009
Zaaknummer
07/11570
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI0464
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2007:BB3129, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Uitbetaling van achterstallig loon c.a. (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0445
RvdW 2009, 739
JAR 2009, 182
JWB 2009/218
JAR 2009/182
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juni 2009

Eerste Kamer

07/11570

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.D. Boetje,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] heeft bij exploot van 21 februari 2002 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] een bedrag van € 86.218,24 bruto te voldoen ingevolge de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2002 alsmede een bedrag van € 24.303,55 bruto aan achterstallig loon vanaf 1 oktober 2001 tot 15 februari 2002, met rente en kosten.

Nadat de rechtbank de zaak bij rolbeslissing van 24 juli 2002 naar de kantonrechter te Amsterdam had verwezen, heeft [eiser] de vordering bestreden.

Na tussenvonnissen van 4 oktober 2002, 21 februari 2003, 6 juni 2003, 6 februari 2004 en verder processueel debat, heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 21 januari 2005 de vorderingen van [verweerder] afgewezen.

Tegen de vonnissen van 21 februari 2003, 6 juni 2003, 6 februari 2004 en 21 januari 2005 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 10 mei 2007 heeft het hof [verweerder] niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de vonnissen van 21 februari 2003 en 6 juni 2003, het vonnis van 6 februari 2004 bekrachtigd, het vonnis van 21 januari 2005 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [verweerder] alsnog toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.207,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.