Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BI0216

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2009
Datum publicatie
26-06-2009
Zaaknummer
09/00848
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BI0216
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2008:BE8987, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ondernemingsrecht. Enquêterecht (QWEST); niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen brief van de secretaris ondernemingskamer; samenhang met nrs. R07/068 en R 08/03660.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 805
RI 2009, 73
ARO 2009, 109
NJB 2009, 1340
JWB 2009/252
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 juni 2009

Eerste Kamer

09/00848

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. QWEST B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. KONINKLIJKE KPN N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

3. KPN B.V. (voorheen genaamd KPN Telecom B.V.),

gevestigd te 's-Gravenhage,

4. [Verzoeker 4],

wonende te [woonplaats],

5. [Verzoeker 5],

wonende te [woonplaats],

6. [Verzoeker 6],

wonende te [woonplaats],

7. [Verzoeker 7],

wonende te [woonplaats],

8. [Verzoeker 8],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk,

t e g e n

1. VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. [Verweerster 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [Verweerder 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Verweerder 4],

wonende te [woonplaats],

5. [Verweerder 5],

wonende te [woonplaats],

6. [Verweerder 6],

wonende te [woonplaats],

7. [Verweerder 7],

wonende te [woonplaats],

8. [Verweerder 8],

wonende te [woonplaats],

9. [Verweerder 9],

wonende te [woonplaats],

10. [Verweerder 10],

wonende te [woonplaats],

11. [Verweerster 11],

gevestigd te [vestigingsplaats],

12. [Verweerder 12],

wonende te [woonplaats],

13. [Verweerder 13],

wonende te [woonplaats],

14. [Verweerder 14],

wonende te [woonplaats],

15. [Verweerder 15],

wonende te [woonplaats],

16. [Verweerder 16],

wonende te [woonplaats],

17. [Verweerder 17],

wonende te [woonplaats],

18. [Verweerder 18],

wonende te [woonplaats],

19. [Verweerder 19],

wonende te [woonplaats],

20. [Verweerder 20],

wonende te [woonplaats],

21. [Verweerder 21],

wonende te [woonplaats],

22. [Verweerder 22],

wonende te [woonplaats],

23. [Verweerder 23],

wonende te [woonplaats],

24. [Verweerster 24],

gevestigd te [vestigingsplaats],

25. [Verweerder 25],

wonende te [woonplaats],

26. [Verweerder 26],

wonende te [woonplaats],

27. [Verweerder 27],

wonende te [woonplaats],

28. [Verweerder 28],

wonende te [woonplaats],

29. [Verweerder 29],

wonende te [woonplaats],

30. [Verweerder 30],

wonende te [woonplaats],

31. [Verweerster 31],

wonende te [woonplaats],

32. [Verweerder 32],

wonende te [woonplaats],

33. [Verweerder 33],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de verzoekers en VEB c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

Wat betreft de feiten en het verloop van de procedure tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikkingen van heden met nummers R07/068 en 08/03660.

Bij faxbericht van 28 oktober 2008 heeft de advocaat van VEB c.s. de ondernemingskamer bericht dat VEB c.s. bereid is met onmiddellijke ingang en onvoorwaardelijk € 500.000,--, te vermeerderen met BTW, ter beschikking te stellen als zekerheid van de nakoming van het onderzoek.

Op 3 november 2008 heeft de secretaris van de ondernemingskamer de ontvangst van het faxbericht bevestigd en aangekondigd dat de ondernemingskamer onderzoekers zal aanzoeken en deze zo spoedig mogelijk bekend zal maken.

Bij beschikking van 5 december 2008 heeft de ondernemingskamer de onderzoekers zoals bedoeld in haar beschikking van 28 december 2006 aangewezen.

De beschikking van de ondernemingskamer van 5 december 2008 is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen voornoemde brief van de secretaris van ondernemingskamer en de beschikking van de ondernemingskamer van 5 december 2008 hebben verzoekers beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

VEB c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep voor zover het beroep is gericht tegen de brief van de secretaris van de ondernemingskamer van 3 november 2008, en tot verwerping voorzover het beroep is gericht tegen de beschikking van 5 december 2008.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Voorzover het cassatieberoep is gericht tegen de brief van de secretaris van de ondernemingskamer van 3 november 2008, dienen Qwest c.s. daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze brief geen beslissing bevat die ingrijpt in de rechten van partijen.

3.2 Het middel is gebaseerd op de veronderstelling dat in de zaken R07/00068 en/of 08/03660 een of meer van de klachten slaagt dan wel slagen. Deze veronderstelling is onjuist, zoals blijkt uit de in deze zaken heden gedane uitspraken. Het middel kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart Qwest c.s. niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de brief van de secretaris van de ondernemingskamer van 8 november 2008;

verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 juni 2009.