Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH9919

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
07/10789
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH9919
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geldigheid betekening appeldagvaarding. Nu het Hof kennelijk als vaststaand heeft aangenomen dat verdachte ttv de uitreiking van de appeldagvaarding niet was ingeschreven in het GBA maar dat wel een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend was, had het Hof de appeldagvaarding nietig behoren te verklaren ipv het oz te schorsen en verdachte op te roepen voor een nog te bepalen ttz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 277
RvdW 2009, 746
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 juni 2009

Strafkamer

nr. 07/10789

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 25 juli 2006, nummer 24/000458-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest ten aanzien van de opgelegde straf, tot vermindering van de hoogte daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt onder meer over de geldigheid van de appeldagvaarding.

2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2005 houdt het volgende in:

"De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, genaamd:

(...)

wonende te [woonplaats], [a-straat 1],

is niet verschenen.

De voorzitter merkt op:

De dagvaarding hoger beroep is op 11 november 2005 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank te Leeuwarden, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.

Verdachte heeft echter bij het instellen van het hoger beroep d.d. 23 februari 2005 als adres opgegeven: [a-straat 1] te [woonplaats]. Dat is het adres waarop de dagvaarding in hoger beroep betekend had moeten worden, nu dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte kon gelden (HR 12 maart 2002, NJ 2002/317 r.o. 3.24 onder b).

Hieraan doet niet af dat verdachte volgens het

GBA-overzicht op 11 november 2005 - de dag van betekening van de dagvaarding - geen vaste woon- of verblijfplaats had.

Immers dat hij zijn GBA-gegevens daarna in die zin heeft gewijzigd, wil niet zeggen dat verdachte daarmee afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.

Het onderzoek zal daarom worden hervat op een nog nader te bepalen terechtzitting, teneinde verdachte opnieuw te dagvaarden op het adres [a-straat 1] te [woonplaats].

Hierop schorst het hof het onderzoek voor onbepaalde tijd.

Het hof beveelt dat verdachte zal worden opgeroepen tegen de datum en het tijdstip waarop met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan."

2.3. In aanmerking genomen dat het Hof kennelijk als vaststaand heeft aangenomen dat de verdachte ten tijde van de uitreiking van de appeldagvaarding niet was ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens maar dat wel een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend was, had het Hof op grond van het genoemde arrest de appeldagvaarding nietig behoren te verklaren in plaats van het onderzoek te schorsen en de verdachte op te roepen voor een nog te bepalen terechtzitting.

2.4. Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven zodat de middelen voor het overige geen bespreking behoeven.

De Hoge Raad zal de dagvaarding in hoger beroep om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 juni 2009.