Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH8590

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-05-2009
Datum publicatie
26-05-2009
Zaaknummer
07/11029
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH8590
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbeurdverklaring. Het Hof heeft o.m. “internetuitdraaien” verbeurd verklaard. HR: In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het Hof wat betreft het oordeel dat het bewezenverklaarde (witwassen en drugsdelicten) (ook) met genoemde "internetuitdraaien" is begaan of voorbereid, heeft beraadslaagd en beslist n.a.v. het onderzoek t.t.z.. Het Hof had i.c. dat oordeel daarom dienen te verduidelijken. De HR doet om doelmatigheidsredenen de zaak zelf af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 706
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 mei 2009

Strafkamer

nr. 07/11029

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 februari 2007, nummer 23/003454-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond, locatie Noordsingel PIA" te Rotterdam in de vorm van elektronisch toezicht.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de strafoplegging behoudens voor zover inhoudende de onttrekking aan het verkeer en de verbeurdverklaring van andere inbeslaggenomen voorwerpen dan nummer 24 en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof Amsterdam opdat op deze onderdelen opnieuw zal worden beslist.

1.2. Mr. De Boer voornoemd heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde, het vierde en het vijfde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het zesde middel

3.1. Het middel komt op tegen de verbeurdverklaring van onder meer een map met internetuitdraaien van diverse bedrijven.

3.2. Dienaangaande houdt de bestreden uitspraak in:

"De hierna als zodanig te melden inbeslaggenomen voorwerpen, aangeduid met nrs. (...) 24 (...) op de aan dit arrest gehechte "Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen", die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurdverklaard en zijn daarvoor vatbaar aangezien het hiervoor bewezengeachte met behulp van die voorwerpen is begaan of voorbereid.

"Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (...)

24 1.00 STK Map KL: zwart

-

Internetuitdraaien van div. bedrijven."

3.3. In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het Hof wat betreft het oordeel dat het bewezenverklaarde (ook) met genoemde "internetuitdraaien" is begaan of voorbereid, heeft beraadslaagd en beslist naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting. Het Hof had in het onderhavige geval dat oordeel daarom dienen te verduidelijken. Het middel treft in zoverre doel. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen de zaak op dit punt zelf afdoen.

3.4. Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het zevende middel

4.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

4.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 84 maanden.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de onder nummer 24 op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen vermelde zwarte map met internetuitdraaien van diverse bedrijven, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

gelast de teruggave van genoemde map aan de verdachte;

vermindert de duur van de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze 78 maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 26 mei 2009.