Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH5458

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-05-2009
Datum publicatie
29-05-2009
Zaaknummer
08/01772
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH5458
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht; geschil tussen voormalige echtelieden over limitering partneralimentatie (WLA), echtscheidingsconvenant met een niet-limiteringsbeding, overgangsrecht; cassatie, aan middel te stellen eisen (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wijzigingswet Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (limitering van alimentatie na scheiding) II
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 667
PJ 2009, 133
JWB 2009/188
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 mei 2009

Eerste Kamer

08/01772

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats], België,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 27 februari 2006 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, dat hij met ingang van 3 oktober 2005 niet de langer de, op grond van het tussen partijen gesloten convenant, verschuldigde bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw verschuldigd is, althans een zodanig minder bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

De vrouw heeft het verzoek bestreden en tevens een verzoekschrift vaststelling termijn en bekrachtiging ingediend.

De rechtbank heeft, na een behandeling ter terechtzitting, bij beschikking van 28 maart 2007 het verzoek van de man tot beëindiging van de alimentatieverplichting afgewezen en het echtscheidingsconvenant tussen partijen van juli 1990 in zoverre gewijzigd dat de man:

• met ingang van 27 februari 2006 € 2.540,-- per maand;

• en vervolgens met ingang van 27 februari 2007 € 1.905,-- per maand;

• en vervolgens met ingang van 27 februari 2008 € 1.270,-- per maand;

• en vervolgens met ingang van 27 februari 2009 € 635,-- per maand;

zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud, bij vooruitbetaling te voldoen.

De rechtbank heeft tevens bepaald dat de alimentatieverplichting met ingang van 27 februari 2010 zal zijn beëindigd en dat na ommekomst van voornoemde termijn verlenging van de alimentatieverplichting niet mogelijk is.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 24 januari 2008, verbeterd bij beschikking van 14 februari 2008, heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd, het inleidend verzoek van de man alsnog afgewezen en de termijn van beëindiging van de alimentatieverplichting vastgesteld op 3 oktober 2017, met bepaling dat verlenging van die termijn mogelijk is.

De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de verbeterde beschikking van 24 januari 2008 van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 19 maart 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 mei 2009.