Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH4436

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-04-2009
Datum publicatie
24-04-2009
Zaaknummer
08/00607
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH4436
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige overheidsdaad; schadevergoeding na bestuursdwang in strijd met de wet (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 591
JWB 2009/146
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 april 2009

Eerste Kamer

08/00607

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE GEMEENTE UBBERGEN,

zetelend te Beek-Ubbergen, gemeente Ubbergen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerster] heeft bij exploot van 22 december 1994 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en onder meer gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van gederfde inkomsten ad ƒ 24.150,-- per jaar over de periode van 25 maart 1986 tot 1 december 1994 (in totaal ƒ 209.741,10), ƒ 66,16 per dag over de periode van 1 december 1994 tot aan de dag van voldoening en toekomstige inkomstenderving gedurende tien jaar, uitkomend op ƒ 109.641,--.

De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 juli 1998 een comparitie van partijen gelast. Nadat de rechtbank [verweerster] tot bewijslevering had toegelaten, heeft zij bij eindvonnis van 22 maart 2001 voormelde vordering van [verweerster] afgewezen.

Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De Gemeente heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Na tussenarresten van 16 maart 2004 en 20 december 2005 heeft het hof bij eindarrest van 16 oktober 2007 de vonnissen van de rechtbank van 16 juli 1998 en 22 maart 2001 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de Gemeente veroordeeld aan [verweerster] te betalen de bedragen van € 5.899,14, € 65.690,--, € 10.051,--, € 1.579,16, € 1.361,34 en € 4.086,75, vermeerderd met de wettelijke rente. Het hof heeft het incidenteel appel verworpen.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen zowel de tussenarresten als het eindarrest van het hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.731,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 april 2009.