Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH4061

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
C07/209HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH4061
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Invordering. Door ontvanger op voet van art. 435 Rv. en Leidraad Invordering 1990 gevorderd bevel aan derde executoriale veiling ten laste van een belastingschuldige van in beslag genomen zaken te dulden (81 RO).

Wetsverwijzingen
Invorderingswet 1990 22
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 435
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2009, 43
RvdW 2009, 557
JWB 2009/140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 april 2009

Eerste Kamer

Nr. C07/209HR

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST AMSTERDAM,

kantoorhoudende te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Ontvanger.

1. Het geding in feitelijke instanties

De Ontvanger heeft bij exploot van 8 december 2004 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd, dat [eiseres] zal worden gelast de executoriale veiling ten laste van de belastingschuldige De Koperen Ploert B.V. van de in beslag genomen zaken te dulden.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 14 december 2005 de Ontvanger niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Tegen dit vonnis heeft de Ontvanger hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 19 april 2007 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van de Ontvanger alsnog toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 4 maart 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 17 april 2009.