Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH3921

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
07/12777
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH3921
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte een voorrangsweg wilde oversteken tussen 2 van rechts komende tractoren. Daarbij heeft verdachte een kennelijke inschattingsfout gemaakt t.a.v. de afstand tussen de 2 tractoren, althans een (te) groot risico genomen. Bij het optrekken heeft hij vervolgens geen voorrang verleend aan een links komende auto. Verdachte heeft verklaard dat hij die auto in het geheel niet heeft gezien en dat hij de weg wilde oversteken toen de 2e tractor zich aan het begin van de kruising bevond. Gelet op die vaststellingen geeft ‘s Hofs oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat daarmee sprake is van schuld i.d.z.v. art. 6 WVW1994, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 560
NJ 2009, 197
VR 2009, 101
NBSTRAF 2009/203
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 april 2009

Strafkamer

Nr. 07/12777

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 23 maart 2007, nummer 24/002604-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Jansma advocaat te Zwolle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het tweede, het derde en het vierde middel zijn schriftelijk toegelicht.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De raadsman van de verdachte heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1. Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaarde mate van schuld niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 22 juli 2003 in de gemeente Dronten als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto, merk Ford, met kenteken: [AA-00-BB]), daarmee rijdende over de weg, de Wisentweg, ter hoogte van de kruising met de Biddingweg (zijnde die Biddingweg een voorrangsweg, aangeduid met bord B6 van bijlage 1 van het reglement verkeersregels en verkeersregels 1990), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij zeer onvoorzichtig en onoplettend met het door hem bestuurde motorrijtuig gereden over vernoemde wegen,

- door vernoemde Biddingweg op te rijden zonder voorrang te verlenen aan een op die Biddingweg (voor hem, verdachte, van links naar rechts) rijdend motorrijtuig (personenauto, merk BMW, met kenteken: [CC-00-DD]) die hem, verdachte, reeds (zeer) dicht genaderd was (waardoor de bestuurster van die BMW voor hem, verdachte, is uitgeweken) en

- door tegen die op de Biddingweg rijdende BMW aan te rijden en aldus de bestuurster van de op die voorrangsweg rijdende BMW niet in staat te stellen om haar weg ongehinderd te vervolgen, waardoor die BMW tegen een uit de tegemoet komende richting van die BMW (op die Biddingweg) rijdende tractor met aanhangwagen is gebotst,

- waarbij hij, verdachte, onvoldoende zich ervan heeft vergewist dat de Biddingweg voor hem, verdachte, vrij was om op te rijden en

- waarbij hij, verdachte, de Biddingweg trachtte over te steken tussen twee (achter elkaar) op de Biddingweg rijdende tractoren met aanhangwagen door, waardoor inzittenden van voornoemde BMW, genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden gedood en waardoor de volgende personen zwaar lichamelijk letsel (de Hoge Raad leest: werd toegebracht), te weten

- de bestuurder van voornoemde BMW (genaamd [slachtoffer 3]) een scheur in de milt en fracturen (linkerpols) en hand

- een inzittende van voornoemde BMW (genaamd [slachtoffer 4]) een polsbreuk."

2.3. Deze bewezenverklaring steunt op de navolgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende:

"Datum en tijdstip ongeval

dinsdag, 22 juli 2003, omstreeks 18.31 uur.

Plaats van het ongeval

Op de kruising van de op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Biddingweg te Swifterbant, binnen de gemeente Dronten, met de Wisentweg.

Voorrang

Genoemde kruising of splitsing is aangeduid als voorrangskruising, met dien verstande dat het verkeer op de Biddingweg voorrang heeft.

Aanduiding

Op genoemde weg is de voorrang aangeduid door borden, overeenkomstig model BI van bijlage I van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990. Voor het verkeer dat over de Wisentweg deze splitsing nadert, wordt dit kenbaar gemaakt door een kort voor de splitsing geplaatst bord overeenkomstig model B6 van genoemde bijlage. In het wegdek van de Wisentweg nabij de Biddingweg zijn haaientanden aangebracht, als bedoeld in artikel 1 onder P van het RVV1990.

Betrokken persoon/voertuig/voorwerp/dier

Object: bestelauto

Merk/type: Ford Focus Wagon Van

Kleur: grijs

Kenteken: [AA-00-BB]

Eigenaar: [verdachte]

Gegevens bestuurder: zie eigenaar

Object: personenauto

Merk/type: BMW 3161 Coupe

Kleur: zwart

Kenteken: [CC-00-DD]

Gegevens bestuurster: [slachtoffer 3]."

b. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 december 2005 voor zover inhoudende:

"Ik heb op 22 juli 2003 in de gemeente Dronten, als bestuurder van een bestelauto, merk Ford, gekentekend [AA-00-BB], daarmee gereden over de Wisentweg. Ik reed in de richting Lelystad. Gekomen bij de kruising met de Biddingweg ben ik ongeveer vier meter voor de aldaar aanwezige haaientanden gestopt met de auto. Ik wilde de kruising rechtdoor oversteken. Rechts van mij zag ik twee tractors aankomen en daar wachtte ik op. Ik keek ondertussen naar links en heb op dat moment geen verkeer waargenomen. Toen de eerste tractor voorbij was, rolde ik met mijn auto op naar de kruising met de bedoeling tussen beide tractors door de kruising over te steken."

c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Mijn auto stond op dat moment in de eerste versnelling en vervolgens wilde ik de koppeling op laten komen. Ik rolde iets naar voren en was toen ter hoogte van de haaientanden. Ik weet echter niet meer of ik toen vlak voor de haaientanden of erop tot stilstand kwam. Op het moment dat ik vanuit stilstand wilde optrekken om de weg over te steken, 'zoefde' mij iets voorbij. Ik heb geen enkel idee wat dit was. Ik voelde iets dat ik het beste kan omschrijven als een soort luchtdruk."

d. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]:

"Op dinsdag, 22 juli 2003, was ik met mijn twee zoons, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], hun vriendje [slachtoffer 4], mijn vriendin [slachtoffer 5] en haar dochter [slachtoffer 6] een dagje naar het Veluwestrand in de gemeente Dronten. Ik rijd in een BMW, kenteken [CC-00-DD]. Ik ben op de bestuurdersplaats gaan zitten. [Slachtoffer 5] kwam naast mij zitten in de bijrijderstoel. Achterin gingen de kinderen zitten. Recht achter mij, op de achterbank tegen de linkerzijkant van mijn auto zat [slachtoffer 2]. Naast [slachtoffer 2] zat zijn vriendje [slachtoffer 4]. Daarnaast zat mijn andere zoon [slachtoffer 1] en tegen de rechterzijkant van mijn auto zat [slachtoffer 6].

Komende vanuit Biddinghuizen richting Swifterbant zijn we de Biddingweg opgereden. Op een gegeven moment zag ik dat we de Wisentweg naderden. Ik zag voor mij aan de rechterzijde een zilvergrijze auto staan. Deze auto stond op de Wisentweg, voor de kruising met de Biddingweg. Links voor mij zag ik een tractor met aanhanger rijden. Deze tractor kwam mij dus tegemoet rijden over de Biddingweg. Ik zag vervolgens dat deze tractor de kruising met de Wisentweg naderde. Ik zag tevens dat de zilvergrijze auto op de Wisentweg voor de kruising stilstond. Ik ben vervolgens doorgereden over de Biddingweg en naderde de kruising met een snelheid van 82 km per uur. Dit weet ik, omdat ik nog op mijn kilometerteller heb gekeken. Vervolgens zag ik dat er achter de eerstgenoemde tractor een tweede tractor reed, identiek aan de eerste, eveneens met een aanhanger. Ik zag vervolgens dat de eerste tractor op ongeveer 15 meter van het kruisingsvlak verwijderd was.

Plotseling zag ik de chauffeur van de zilvergrijze auto, die op de Wisentweg stond, optrekken en ik zag dat hij de kruising over begon te steken. De zilvergrijze auto reed niet hard. Hij was net aan het optrekken vanuit stilstaande positie. Toen hij dat deed, was ik al vlak bij hem. Ik geloof dat de positie van de zilvergrijze auto ter hoogte van de haaientanden was.

Als reactie hierop heb ik mijn stuur meteen naar links omgegooid om de auto te ontwijken. Ik wist op dat moment dat op de andere baan de tractor mij tegemoet kwam rijden. Hierop heb ik direct weer naar rechts gestuurd, om maar niet onder de tractor te komen. Vervolgens heb ik meteen mijn stuur rechtgetrokken, waarop ik een klap hoorde en voelde. Volgens mij raakte ik met mijn voertuig de tractor op een wiel of iets dergelijks.

Het was net alsof mijn auto langs de tractor schuurde. Ik kan mij nog herinneren dat ik om de zilvergrijze auto heen ging, dat ik hem ontweek, maar nog wel raakte. Als gevolg hiervan raakte mijn voertuig uit evenwicht, uit balans, en ging richting de tractor. Omdat ik bang was dat ik met mijn auto onder de tractor zou komen, heb ik het stuur direct omgegooid. Ik kan mij nog herinneren dat ik het stuur ontzettend verkrampt heb vastgehouden toen dat gebeurde. Zoveel kracht kostte het mij. Dit vond plaats tijdens en vlak na het contact met de tractor. Toen we de tractor raakten, was het net alsof we gleden.

Alsof we aan de tractor vastzaten. Vervolgens hoorde ik een harde klap, net alsof er iets ergens vanaf brak. Ik merkte dat we toen loskwamen van de tractor, met als gevolg dat we gelanceerd werden, althans, zo leek het. Ik heb volgens mij ook niet geremd."

e. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

"Op het moment dat de bestuurder van de Ford Focus de weg opreed, reed [betrokkene 1] met zijn tractor net ter hoogte van het verlaten van het kruisingsvlak. Ik zat met mijn tractor aan het begin van het kruisingsvlak. Ik heb gezien dat de Ford Focus in zijn geheel dwars op de weg stond. Ik bedoel daarmee dat hij dus al een heel eind het kruisingsvlak op was gereden. Ik heb de aanrijding tussen de BMW en de Ford zien gebeuren. Ik zag dat de Ford de BMW raakte. Ik zag dat de BMW recht op mij afkwam."

f. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5]:

"Ik zag dat de zilvergrijze auto over de haaientanden heen reed, dus het kruisingsvlak op. Ik zag dat zijn voorwielen, en dus de motorkap, op het kruisingsvlak stonden. Ik hoorde [slachtoffer 3] vervolgens iets schreeuwen en zag en voelde haar naar links sturen, om de zilvergrijze auto te ontwijken. Hierop voelde en hoorde ik een klap, met het gevoel dat dat achter mij was.

Hierop voelde en hoorde ik direct weer een klap. Achteraf realiseerde ik mij dat we bij de tweede klap de tractor geraakt moesten hebben."

g. een verslag van S. van den Berg, lijkschouwer der gemeente Dronten, voor zover inhoudende:

"[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum]1991 te [geboorteplaats], gewoond hebbende te [woonplaats], overleden op 22-07-2003 te Dronten.

overlijdensomstandigheden: auto-ongeval.

vermoedelijke overlijdensoorzaak: ernstig schedel/-hersenletsel, gebroken nek, in combinatie met in- en uitwendig bloedverlies."

h. een verslag van S.J. Brink, arts, voor zover inhoudende:

"[slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum]1993 te [geboorteplaats], gewoond hebbende te [woonplaats],

overleden op 25-07-2003 te Amsterdam.

Slachtoffer als inzittende bij auto-ongeval op 22-07-2003. Ernstig hersenletsel. Op 22-07-2003 op kinder IC-VUMC opgenomen in coma en niet meer ontwaakt. Ondanks optimale en lege artis behandeling op 25-07-2003 om 19.23 uur overleden. Onder andere is er nog een spoedhersenoperatie verricht.

Conclusie: Niet natuurlijk overlijden ten gevolge van onbehandelbaar hersenletsel, veroorzaakt door verkeersongeval."

i. een geneeskundige verklaring van Gisberts, arts, voor zover inhoudende:

"Medische informatie betreffende [slachtoffer 3]:

Bloeding door scheur in milt.

Ernstige fracturen linkerpols en -hand."

j. de geneeskundige verklaring van Houben, arts, zover inhoudende:

"Medische informatie betreffende [slachtoffer 4]:

glaswonden linker elleboog, rechter handpalm, rechterknie, voorhoofd en kin, forse kneuzingen linker lichaamshelft, breuk rechterpols en onderkaak."

k. een rapport van ing. J.J.A. Fitters, voor zover inhoudende:

"Op basis van alle schadefoto's kom ik tot de conclusie dat er sprake is geweest van een botsing tussen de Ford en de BMW.

Het ontstane schadebeeld past bij het scenario waarbij de Ford (wel) over de haaientanden heeft gereden. Dat schadebeeld heeft dus kunnen ontstaan, indien de Ford (wel) over de haaientanden zou hebben gereden."

l. een verklaring van de getuige-deskundige ing. J.J.A. Fitters, ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"De botsing tussen de Ford en de BMW kan - technisch gezien - hebben plaatsgevonden op iedere plek tussen de haaientanden van de Wisentweg en de middenas van de Biddingweg.

Aan de posities, zoals weergegeven in figuur 6 van mijn rapportage, kan echter de meeste waarschijnlijkheid worden toegekend. De BMW bevindt zich daarbij met de linkerzijde tegen de middenas, de Ford deels voorbij de haaientanden."

2.4. Het Hof heeft ten aanzien van het bewijs voorts nog het volgende overwogen:

"Overweging omtrent het bewijs

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het hem primair ten laste gelegde. De mate waarin verdachte naar het oordeel van het hof tekortgeschoten is in zijn verkeersgedrag is aangegeven in de aan dit arrest gehechte bewezenverklaring. Het hof baseert dit oordeel op de verklaringen van drie direct bij het ongeval betrokkenen, te weten die van de beide inzittenden van de BMW, bestuurster [slachtoffer 3] en bijrijdster [slachtoffer 5], en die van de bestuurder van de tweede tractor, [getuige 1].

Het hof heeft bij de beoordeling van de (mate van) schuld tevens gelet op de analyses van de ter terechtzitting gehoorde getuige-deskundige, de eerder genoemde ing. J.A.A. Fitters, voor zover inhoudende dat als meest waarschijnlijk scenario moet worden aangemerkt dat de botsing tussen de Ford van verdachte en de BMW van [slachtoffer 3], en ook de botsing tussen de Ford en de tractor evenals - ten overvloede - de botsing tussen de BMW en de tractor hebben plaatsgevonden op (de kruising van) de Biddingweg en dat derhalve voormelde botsingen niet vóór of op de haaientanden van de Wisentweg hebben plaatsgevonden. Deze analyses van ing. Fitters worden bevestigd door de verklaringen van eerder genoemde getuigen. Dit impliceert naar het oordeel van het hof dat verdachte met zijn voertuig over de haaientanden heeft gereden en aldus geen voorrang heeft verleend aan de van links komende BMW, noch aan de van rechts komende tweede tractor. Het eerstgenoemde voertuig is door verdachte in het geheel niet opgemerkt, zoals door hemzelf ook is erkend. Ten aanzien van het tweede voertuig, de tractor, heeft verdachte bij zijn aangevangen oversteekmanoeuvre naar het oordeel van het hof, daarin gesteund door de door voornoemde deskundige verrichte metingen, een kennelijke inschattingsfout gemaakt, althans een (te) groot risico genomen."

2.5. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat in cassatie slechts kan worden onderzocht of de schuld aan het verkeersongeval in de zin van art. 6 WVW 1994, in het onderhavige geval het bewezenverklaarde zeer onvoorzichtig en onoplettend rijden, uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Daarbij komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin (vgl. HR 1 juni 2004, LJN AO5822, NJ 2005, 252).

2.6. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen en zijn bewijsoverweging het volgende vastgesteld. De verdachte wilde een voorrangsweg oversteken tussen twee van rechts komende, achter elkaar rijdende tractoren met aanhanger door. Bij zijn aangevangen oversteekmanoevre heeft hij een kennelijke inschattingsfout ten aanzien van de afstand tussen de twee tractoren gemaakt, althans een (te) groot risico genomen. Bij het vanuit stilstand oprijden van de voorrangskruising heeft hij geen voorrang verleend aan een van links komende, op de voorrangsweg rijdende personenauto. De verdachte heeft verklaard dat hij de personenauto in het geheel niet heeft gezien en dat hij de weg heeft willen oversteken toen de tweede tractor zich aan het begin van het kruisingsvlak bevond.

2.7. Gelet op die vaststellingen geeft 's Hofs oordeel dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat daarmee sprake is van schuld in de zin van art. 6 WVW 1994, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

2.8. Het middel faalt derhalve.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht maanden.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zeven maanden en twee weken beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink, J. de Hullu, W.M.E. Thomassen en W.F. Groos, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 14 april 2009.