Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH3337

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-02-2009
Datum publicatie
20-02-2009
Zaaknummer
42064
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Wet WOZ, foutieve geschilomschrijving

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2009/440 met annotatie van J.P. Kruimel
BNB 2009/105
Belastingadvies 2009/5.1
V-N 2009/10.10 met annotatie van Redactie
FutD 2009-0427
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

nr. 42.064

20 februari 2009

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X1 te Z en X2 te Z (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraken van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 mei 2005, nrs. BK-04/01489 en BK-04/01490, betreffende aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

1. Het geding in feitelijke instantie

Ten aanzien van belanghebbenden is bij beschikkingen de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld. Aan belanghebbenden zijn voorts voor het jaar 2004 aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Delft opgelegd. De beschikkingen en de aanslagen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van het Hoofd Belastingen van de gemeente Delft gehandhaafd.

Het Hof heeft bij afzonderlijke, inhoudelijk gelijkluidende uitspraken de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard. De uitspraken van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen 's Hofs uitspraken bij één beroepschrift beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3. Beoordeling van de klacht

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. In het taxatieverslag dat ten grondslag ligt aan de onderhavige WOZ-beschikkingen, is vermeld dat de onroerende zaak een inhoud heeft van 520 m3.

3.1.2. In het taxatieverslag dat ten grondslag lag aan de WOZ-beschikkingen voor het voorafgaande tijdvak, is vermeld dat de onroerende zaak een inhoud heeft van 469 m3. De voor dat tijdvak geldende WOZ-waarde van de onroerende zaak is bij compromis vastgesteld.

3.2. Het Hof heeft de gedingstukken aldus uitgelegd dat het geschil, voor zover het zag op de WOZ-waarde van de onroerende zaak, zich toespitste op de vraag of tussen partijen is overeengekomen dat de waarde die voor het voorafgaande tijdvak bij compromis is vastgesteld, ook heeft te gelden voor het onderhavige tijdvak. De klacht keert zich tegen deze geschilomschrijving.

3.3. De klacht slaagt. De stukken van het geding laten geen andere uitleg toe dan dat belanghebbenden de beschikkingen aanvochten op de grond dat de inhoud van de onroerende zaak kleiner is dan de 520 m3 waarvan is uitgegaan in het taxatieverslag. Belanghebbenden bepleitten:

- primair, dat bij het eerdere compromis ervan is uitgegaan dat de onroerende zaak een inhoud heeft van 410 m3, zodat daarvan ook thans moet worden uitgegaan;

- subsidiair, dat moet worden uitgegaan van 469 m3.

3.4. 's Hofs uitspraken kunnen niet in stand blijven voor zover deze de WOZ-beschikkingen betreffen. Verwijzing moet volgen, voor behandeling van de grief van belanghebbenden zoals deze hiervoor in 3.3 is omschreven.

3.5. Nu uit het voorgaande blijkt dat de WOZ-beschikkingen niet onherroepelijk zijn komen vast te staan, kunnen 's Hofs uitspraken evenmin in stand blijven voor zover deze zien op de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, waarin is uitgegaan van de in die beschikkingen vastgestelde waarde.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraken van het Hof,

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaken met inachtneming van dit arrest, en

gelast dat de gemeente Delft aan belanghebbenden vergoedt het door hen ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 103.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.J.J. van Maanen als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2009.