Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH2958

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
08/04310
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH2958
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 F.; ontvankelijkheid in cassatie, bewindvoerder niet bevoegd om cassatieberoep in te stellen; strekking van art. 360 F., geen toepasselijkheid van art. 426 Rv.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Faillissementswet 351
Faillissementswet 360
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 426
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 553
NJ 2009, 195
NJB 2009, 878
Module Rechtsbijstand en schuldhulpverlening 2009/229
JWB 2009/141
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 april 2009

Eerste Kamer

08/04310

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

mr. Cornelis Hendrik Johannes VAN DER MAAS, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [betrokkene 1],

kantoorhoudende te Haren,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als de bewindvoerder.

1. Het geding in feitelijke instanties

Op 2 oktober 2007 heeft de rechtbank Groningen ten aanzien van [betrokkene 1] (hierna: de schuldenaar) de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en daarbij mr. C.H.J. van der Maas tot bewindvoerder benoemd.

De rechter-commissaris heeft, naar aanleiding van een tweede verslag van de bewindvoerder, de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling (tussentijds) te beëindigen.

De rechtbank heeft bij vonnis van 18 juli 2008 de schuldsaneringsregeling beëindigd en daarbij verstaan dat, zodra de uitspraak onherroepelijk zal zijn geworden, de schuldenaar in staat van faillissement verkeert. De rechtbank heeft voorts een rechter-commissaris benoemd en de bewindvoerder aangesteld tot curator in het faillissement.

Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 2 oktober 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd voor zover daarbij de toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd, en dat vonnis vernietigd voor zover daarbij is verstaan dat de schuldenaar, zodra de uitspraak in kracht van gewijzigde is gegaan, in staat van faillissement verkeert en een rechter-commissaris is benoemd en een curator aangesteld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de bewindvoerder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de bewindvoerder in zijn cassatieberoep.

De advocaat van de bewindvoerder heeft bij brief van 26 februari 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het vonnis van de rechtbank is een vonnis als bedoeld in art. 350 F. Ingevolge art. 351 lid 1 heeft van een dergelijk vonnis, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de schuldenaar recht van hoger beroep. Ingevolge lid 5 kan de bij het in hoger beroep uitgesproken arrest van het gerechtshof in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen. Deze bepalingen maken deel uit van titel III van de Faillissementswet. Ingevolge art. 360 F. staat tegen de beslissingen van de rechter, ingevolge de bepalingen van die titel gegeven, geen hogere voorziening open, behalve in de gevallen, waarin het tegendeel is bepaald, en behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet.

Waar noch art. 351 noch enige andere bepaling aan de bewindvoerder het recht toekent om beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van het hof, kan de bewindvoerder niet in zijn beroep worden ontvangen. Anders dan de bewindvoerder betoogt, kan hij aan art. 426 Rv. geen recht op het instellen van cassatieberoep ontlenen, nu uit art. 360 F. volgt dat die bepaling te dezen toepassing mist.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 17 april 2009.