Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH2685

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
12-06-2009
Zaaknummer
08/05266
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH2685
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

WSNP; beëindiging van schuldsaneringsregeling op voet van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F.; overgangsrecht, toepasselijkheid van opheffingsgrond art. 350 lid 3, aanhef en onder f, F.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 734
NJB 2009, 1220
JWB 2009/220
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juni 2009

Eerste Kamer

08/05266

DV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Op 18 december 2007 heeft de rechtbank Assen ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

De bewindvoerder heeft op 17 juli 2008 verzocht om de toepassing van de schuldsanering ten aanzien van [verzoeker] te beëindigen omdat hij zijn informatieverplichting jegens de bewindvoerder niet naar behoren is nagekomen en omdat hij nieuwe schulden heeft doen ontstaan.

De rechtbank heeft, na mondelinge behandeling, bij vonnis van 7 oktober 2008 bepaald dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] eindigt op het moment van het verbindend worden van de slotuitdelingslijst en voorts het salaris van de bewindvoerder vastgesteld.

Tegen dit vonnis heeft Raad hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 11 december 2008 heeft het hof, na mondelinge behandeling, het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot vernietiging van het bestreden arrest.

3. Boordeling van het middel

3.1 De rechtbank Assen heeft bij vonnis van 30 oktober 2007 voorlopig en bij vonnis van 18 december 2007 definitief ten aanzien van [verzoeker] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

3.2 Bij vonnis van 7 oktober 2008 heeft de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris de toepassing van de schuldsanering beëindigd op de grond dat [verzoeker] is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen.

3.3 Het hof heeft dit vonnis bij het bestreden arrest bekrachtigd op de gronden die als volgt kunnen worden samengevat:

(i) [Verzoeker] is zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nagekomen (art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F.) door de door hem van de Gemeente Assen ontvangen "meedoenpremie" niet aan de boedel af te dragen (rov. 8-10);

(ii) [Verzoeker] heeft gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling bovenmatige schulden laten ontstaan (art. 350 lid 3, aanhef en onder d) te weten een achterstand in de betaling van premie aan de zorgverzekeraar Groene Land/Achmea over de periode van 1 oktober 2007 tot en met 23 september 2008 en enige andere nieuwe schulden (rov. 17 in verbinding met rov. 11-13);

(iii) uit een controlerapport van de belastingdienst van 1 oktober 2008 is gebleken dat [verzoeker] zijn administratie over de jaren 2003 tot en met 2006 op zodanig verwijtbaar gebrekkige wijze heeft gevoerd, dat de belastingdienst hem op grond daarvan vergrijpboetes en een verzuimboete heeft opgelegd, hetgeen een omstandigheid oplevert die op het tijdstip van de indiening van het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling reeds bestond en die reden zou zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig art. 288 lid 1, aanhef en onder b (art. 350 lid 3, aanhef en onder f)(rov. 14-16).

3.4 De klachten van het middel keren zich tegen de hiervoor in 3.3 (ii) en (iii) weergegeven oordelen.

3.5 De tegen het in 3.3. (ii) weergegeven oordeel gerichte klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.6 Ten aanzien van het in 3.3 (iii) weergegeven oordeel klaagt het middel op zichzelf terecht dat het hof in deze zaak, waarin de toepassing van de schuldsanering voor 1 januari 2008 is uitgesproken, geen toepassing had mogen geven aan het bepaalde in art. 350 lid 3, aanhef en onder f. Dit is immers in strijd met de overgangsbepaling van art. IV lid 1 van de Wet van 24 mei 2007, Stb. 2007, 192:

"Ten aanzien van schuldenaren op wie de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing is verklaard, blijft het recht van toepassing zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, totdat onherroepelijk op het verzoek is beslist. Nadat onherroepelijk is beslist, blijft artikel 350, derde lid, onder f, buiten toepassing."

3.7 De klacht kan evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, aangezien de niet bestreden grond in 3.3 (i) en de tevergeefs bestreden grond in 3.3 (ii) de beslissing van het hof kunnen dragen en aangenomen moet worden dat het hof ook zonder de grond in 3.3 (iii) tot zijn beslissing zou zijn gekomen, in aanmerking genomen

- dat zowel de in art. 350 lid 3 onder c genoemde grond als de aldaar onder d en f genoemde gronden zelfstandig tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling kunnen leiden; en

- dat in rov. 17 niet te lezen valt dat de drie gronden slechts tezamen genomen het hof tot de bestreden beslissing hebben geleid.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.