Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH1982

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-03-2009
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
R07/141HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH1982
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht; Antilliaanse zaak. Geschil tussen voormalige echtelieden over de verdeling van hun bij huwelijksvoorwaarden overeengekomen gemeenschap van goederen; onbegrijpelijk oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 465
JWB 2009/107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 maart 2009

Eerste Kamer

Nr. R07/141HR

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende op [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 1 september 2003 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), ingekomen verzoekschrift heeft [eiseres] zich gewend tot dat gerecht en verzocht dat het Gerecht zal bepalen op welke wijze de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen moet worden verdeeld, met nevenverzoeken.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

Het gerecht heeft, na twee eerdere tussenvonnissen, bij tussenvonnis van 16 mei 2005 de zaak verwezen naar de rol. [Verweerder] heeft bij verzoekschrift aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: het Hof) vergunning verzocht tot het instellen van afzonderlijk hoger beroep tegen het tussenvonnis van 16 mei 2005. Deze vergunning is bij beschikking van 30 augustus 2005 door het Hof verleend, waarna hij dat hoger beroep heeft ingesteld.

[Eiseres] heeft eveneens hoger beroep tegen genoemd tussenvonnis ingesteld.

Het Hof heeft bij tussenvonnis van 23 mei 2006 [eiseres] opgedragen tegenbewijs te leveren tegen het voorhands bewezen geachte feit dat partijen op 5 maart 2003 in aanvulling op het echtscheidingsconvenant van 3 september 2002 bindende afspraken hebben gemaakt. Bij eindvonnis van 24 april 2007 heeft het hof het bestreden vonnis vernietigd en de verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld overeenkomstig hetgeen in dat vonnis is overwogen.

De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de vonnissen van 23 mei 2006 en 24 april 2007 van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep voor zover dit gericht is tegen het vonnis van 23 mei 2006 en tot vernietiging van het vonnis van 24 april 2007 en, in verband met dit laatste, tot verwijzing.

De advocaten van de vrouw en de man hebben bij brieven van respectievelijk 11 februari 2009 en 13 februari 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest in een bij huwelijksvoorwaarden overeengekomen gemeenschap van goederen. Zij strijden over de verdeling daarvan. In eerste aanleg heeft de vrouw als nog te verdelen vermogensbestanddelen opgegeven, voor zover in cassatie nog van belang, de aandelen 'Coral Estate Resort N.V.', een verzameling etsen van Montijn, kavel [001] in Coral Estate en een hypothecaire vordering ter zake van een woning te [plaats]. De vrouw maakte aanspraak op 50% van de waarde van de aandelen, op de helft van de etsen, op de gehele kavel en op de gehele hypothecaire vordering. De man wenste al deze activa aan hemzelf toegescheiden te zien. In geschil was onder meer of partijen gebonden waren aan een door hen beiden ondertekend echtscheidingsconvenant, gedateerd 3 september 2002 en of zij nadien, op 5 maart 2003, ten overstaan van notaris [de notaris], nog nadere, bindende afspraken hadden gemaakt.

3.2 Het hof heeft in zijn eindvonnis, na bewijslevering, bewezen geoordeeld dat beide vragen bevestigend dienden te worden beantwoord en een verdeling vastgesteld, die wat betreft de genoemde activa inhield: toescheiding van kavel [001] en van de hypothecaire vordering aan de man zonder compensatie voor de vrouw, toescheiding aan de vrouw van de helft van de waarde van de etsen, dan wel, ter keuze van de man, van etsen vertegenwoordigende de helft van de totale waarde, terwijl het aangaande de aandelen overwoog (rov. 2.11):

"Aandelen in Coral Estate N.V. De correcte naam van deze vennootschap luidt waarschijnlijk: Coral Estate (Rif St. Marie) N.V. Nu partijen niets hebben aangevoerd over een verschil in positie tussen deze vennootschap en Coral Estate Resort Development N.V. gaat het Hof ervan uit dat de aantekening van [de notaris] bij het gesprek van 5 maart 2003 betreffende "CERD" mede betrekking heeft op de aandelen in Coral Estate (Rif St. Marie) N.V. Zoals op 5 maart 2003 is overeengekomen en gelet op de in het onderhavige vonnis gegeven bewijswaardering, dienen deze aandelen dus te worden toebedeeld aan [verweerder] zonder compensatie voor [eiseres]."

3.3 Onderdeel A van het middel klaagt terecht over onbegrijpelijkheid van deze overweging, nu de processtukken, zoals nader uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4, geen andere uitleg toelaten dan dat partijen steeds en consequent onderscheid hebben gemaakt tussen de aandelen Coral Estate Resort Development N.V. - veelal aangeduid als CERD - waaromtrent tussen partijen vaststaat dat deze afzonderlijk door de vrouw aan de man zijn overgedragen, en de aandelen in Coral Estate (Rif St. Marie) N.V. - op enkele plaatsen (zoals in rov. 3.9 van het tussenvonnis van het hof van 23 mei 2006) ook aangeduid als Coral Estate N.V., dan wel als Coral Estate Resort N.V. - die beide partijen beschouwden als activa die in de verdeling dienden te worden betrokken.

3.4 De klachten van de onderdelen B, C en D kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep, voor zover gericht tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 23 mei 2006;

vernietigt het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 24 april 2007;

verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 maart 2009.