Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH0765

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
20-03-2009
Zaaknummer
07/11778
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0765
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad; schadevordering tegen biologische vader van kind bij minderjarige moeder; kosten verzorging en opvoeding van kind (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 450
JWB 2009/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 maart 2009

Eerste Kamer

07/11778

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

2. [Verweerster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. J.D. Boetje.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerster] c.s. hebben bij exploot van 22 februari 2005 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Maastricht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan thans verweerster in cassatie sub 1 te betalen de in de dagvaarding aangeduide materiële en immateriële schade die zij heeft geleden en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en [eiser] te veroordelen om aan thans verweerster in cassatie sub 2 tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de materiële schade die zij heeft geleden en nog zal lijden, tot 1 januari 2005 begroot op nog een bedrag van € 12.832,90, althans een bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, voor het overige op te maken bij staat.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 23 november 2005 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [verweerster] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenarrest van 8 mei 2007 heeft het hof de zaak naar de rol van 5 juni 2007 verwezen teneinde [verweerster] c.s. de gelegenheid te geven het hof bij akte duidelijkheid te geven over de concrete grondslag van de aansprakelijkheid van [eiser] jegens thans verweerster in cassatie sub 2 voor de materiële schade die zij heeft geleden, waarna [eiser] bij akte zal mogen reageren.

Bij arrest van 17 juli 2007 heeft het hof bepaald dat tegen het arrest van 8 mei 2007 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 8 mei 2007 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Eiser] heeft vervolgens een akteverzoek gedaan om de tekst van de ter uitbrenging verzonden dagvaarding te lezen in de uitgebrachte dagvaarding.

[Verweerster] c.s. hebben bij conclusie van antwoord verklaard geen bezwaar te hebben tegen het akteverzoek en voorts geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op € 2.676,34 in totaal, waarvan € 2.575,09 op de voet van art. 243 Rv. te betalen aan de Griffier, en € 101,25 aan [verweerster] c.s.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 maart 2009.