Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH0608

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
23-01-2009
Zaaknummer
07/10943
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0608
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG

(Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering.

Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken komen uit hetzelfde feitencomplex voort, maar zaak 07/10944 (2001) betreft uitsluitend de boetebeschikking, omdat het bezwaar tegen de navorderingsaanslag 2001 niet-ontvankelijk was. De laatstgenoemde zaak gaat over de omvang van de rechterlijke toetsing van de boetebeschikking, gegeven de formele rechtskracht van de navorderingsaanslag. In deze drie zaken staan juist de navorderingaanslagen ter discussie in verband met de vraag naar de toelaatbaarheid van toerekening van eventuele kwade trouw van de gemachtigde aan de belanghebbende.

Vaststaat dat door de gemachtigde fouten zijn gemaakt in de aangifte, dat geen sprake is van een 'nieuw feit' (art. 16, lid 1, AWR) en dat het dus aankomt op goede of kwade trouw van de belanghebbende.

Het Hof heeft geoordeeld (i) dat de belanghebbende zelf niet te kwader trouw was, (ii) niet behoefde te twijfelen aan de deskundigheid van haar gemachtigde en (iii) haar geen verwijt treft ter zake van de keuze van haar gemachtigde. Eventuele kwade trouw van de gemachtigde kon daarom volgens het Hof in het midden blijven.

De Staatssecretaris betoogt primair dat het Hof eventuele kwade trouw van de gemachtigde had moeten onderzoeken met het oog op toerekening aan de belanghebbende, nu het 'fiscale IJzerdraad-arrest' HR BNB 2007/151, dat toerekening van subjectieve delictsbestanddelen uitsluit, slechts ziet op boeten en niet op enkelvoudige belasting, en subsidiair dat het Hof niet kon oordelen dat de belanghebbende niet hoefde te twijfelen aan zijn gemachtigde en de gedane aangifte.

Conclusie: op grond van het civiele arrest HR NJ 2007, 231 (Ontvanger tegen V.) en het fiscale arrest HR 29 februari 2008, 43 274, V-N 2008/12.10, onderscheidt de A.-G. Wattel drie categorieën gevallen in de relatie tussen de gemachtigde en de belastingplichtige bij navordering van enkelvoudige belasting ingeval van ontbreken van een nieuw feit:

(i) de belastingplichtige is zelf te kwader trouw (heeft minimaal voorwaardelijk opzet op onjuiste of onvolledige informering van de fiscus); aan toerekening van kwade trouw van de gemachtigde bestaat geen behoefte;

(ii) de belastingplichtige is niet te kwader trouw, maar (a) had reden tot twijfel (moeten hebben) aan de aanvaardbaarheid van het doen of nalaten van zijn gemachtigde en hield daar onvoldoende toezicht en greep op, of (b) treft een verwijt in de keuze van zijn gemachtigde; in deze categorie bestaat ruimte voor toerekening van kwade trouw van de gemachtigde, maar hoe groot die ruimte is, is nog onduidelijk. De A.-G. suggereert in deze categorie congruentie te zoeken met het gebied van de 'grove schuld' voor beboetingsdoeleinden: de belastingplichtige had weliswaar geen (voorwaardelijk) opzet, maar hem treft wel een substantieel verwijt van onzorvuldigheid of onachtzaamheid;

(iii) de belastingplichtige is niet te kwader trouw en hoefde evenmin te twijfelen aan de aanvaardbaarheid van het doen of nalaten of de kundigheid van zijn gemachtigde; in deze categorie is eventuele kwade trouw van de gemachtigde niet toerekenbaar aan de belastingplichtige.

Volgens de A.-G. houdt in cassatie stand 's Hofs feitelijke oordeel dat de belanghebbende niet te kwader trouw was en impliceren 's Hofs (juiste) maatstaf (de belanghebbende hoefde niet te twijfelen en heeft voldoende zorg besteed aan de keuze van zijn gemachtigde) en de door hem vastgestelde feiten dat hij ook categorie (ii) heeft uitgesloten, zodat eventuele kwade trouw van de gemachtigde niet ter zake doet, omdat van toerekening geen sprake kan zijn.

Conclusie: beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd