Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH0584

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
20-03-2009
Zaaknummer
08/02603
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Vaststelling van kinderalimentatie; draagkracht vader, onbegrijpelijk oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 445
NJB 2009, 713
JWB 2009/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 maart 2009

Eerste Kamer

08/02603

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E.C.M. Hurkens,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij tussenbeschikking van de rechtbank Utrecht van 6 juni 2007 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken en de beslissing omtrent de omgangsregeling tussen de man en de minderjarige kinderen van partijen en de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen aangehouden. Na verdere behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij eindbeschikking van25 juli 2007 tussen de man en de kinderen een omgangsregeling vastgesteld en bepaald dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen € 300,-- per kind per maand dient te voldoen, vermeerderd met het bedrag van iedere uitkering die aan de man op grond van geldende wetten of regelingen ten behoeve van deze minderjarigen kan of zal worden verleend.

Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft in hoger beroep verzocht de beschikking te vernietigen voorzover daarbij zijn bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen is vastgesteld op € 300,-- per kind per maand en, opnieuw beschikkende, die bijdrage vast te stellen op nihil.

Bij beschikking van 18 maart 2008 heeft het gerechtshof te Amsterdam, met nevenzittingsplaats Arnhem, de eindbeschikking van de rechtbank vernietigd, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en het verzoek van de vrouw om een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen alsnog afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking als vermeld onder 2.11 van de conclusie en tot verwijzing ter verdere behandeling en beslissing van de zaak.

De advocaat van de man heeft bij brief van 27 januari 2009 op de conclusie gereageerd, de advocaat van de vrouw bij brief van 29 januari 2009.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Partijen zijn op 11 maart 1997 met elkaar gehuwd.

Bij beschikking van 6 juni 2007 heeft de rechtbank echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De beschikking is op 9 oktober 2007 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

(ii) Uit het huwelijk van partijen zijn twee kinderen geboren, het eerste op [geboortedatum] 1999 en het tweede op [geboortedatum] 2001.

3.2 De vrouw heeft de rechtbank verzocht de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen op € 300,-- per kind per maand. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank vernietigd en het verzoek van de vrouw alsnog afgewezen op de grond dat de man geen draagkracht heeft voor het betalen van kinderalimentatie. Het hof, dat tot dit oordeel kwam na onder meer rekening te hebben gehouden met de omstandigheid dat de man maandelijks € 213,-- ter zake van een schuld uit hoofde van een doorlopend krediet betaalt aan Arenda, heeft met betrekking tot de schuld aan Arenda het volgende overwogen.

"4.6 De man en de vrouw zijn hoofdelijk aansprakelijk voor een huwelijkse schuld bij Arenda. Op deze schuld, die aanvankelijk € 42.600,-- bedroeg en thans € 10.500,-- bedraagt, is, zo heeft de vrouw tijdens de mondelinge behandeling toegelicht, altijd 1% van de hoofdsom als annuïteit betaald. De vrouw stelt dat zij voor haar deel van de schuld van € 5.250,-- 1% dus € 52,-- per maand betaalt. Zij bepleit dat aan de zijde van de man ook met niet meer dan € 52,-- per maand rekening wordt gehouden. De man voert ter zake deze schuld de helft van de maandlast van € 426,40 op, het bedrag dat ook al voor de tussentijdse gedeeltelijke aflossing verschuldigd was. Nu de vrouw aldus alleen rente betaalt en niet of nauwelijks aflost op deze schuld, acht het hof het redelijk aan de zijde van de man rekening te houden met € 213,--, het bedrag dat de man inmiddels maandelijks betaalt."

3.3 Het middel, dat naar de kern genomen klaagt over het oordeel van het hof dat het redelijk is om bij het bepalen van de draagkracht van de man rekening te houden met het bedrag van € 213,-- dat de man maandelijks aan Arenda betaalt, is terecht voorgesteld.

Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep van 21 februari 2008 is van de zijde van de man aangevoerd dat ter zake van de schuld aan Arenda € 426,59 per maand verschuldigd is en dat hij op dat moment de helft - € 213,-- per maand - betaalde. Daaraan is van de zijde van de man toegevoegd dat aan Arenda schriftelijk was verzocht het maandbedrag te verlagen naar € 105,--. De vrouw heeft blijkens genoemd proces-verbaal verklaard dat partijen maandelijks een bedrag van € 105,-- verschuldigd zijn. In het licht van de stellingen van partijen en van de in hoger beroep door partijen overgelegde producties met betrekking tot de schuld aan Arenda is het oordeel van het hof dat het redelijk is om rekening te houden met het bedrag van € 213,-- dat de man maandelijks aan Arenda betaalt, onbegrijpelijk, nu het hof in het midden heeft gelaten of partijen gehouden zijn een maandbedrag van € 426,59 dan wel een maandbedrag van € 105,-- aan Arenda te voldoen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 18 maart 2008;

verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 maart 2009.