Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH0383

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
20-03-2009
Zaaknummer
08/01254
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0383
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht; verdeling van huwelijksgemeenschap na echtscheiding. Geschil tussen voormalige echtelieden over waardering van door man gedreven eenmanszaak (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 443
JWB 2009/88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 maart 2009

Eerste Kamer

08/01254

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. H.W. van Eeuwijk,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 21 november 2005 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken, tussen de man en de minderjarige kinderen van partijen een omgangsregeling vast te stellen en partijen te veroordelen tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap over te gaan.

De vrouw heeft bij zelfstandig verzoek onder meer verzocht te bepalen dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van € 250,-- per kind per maand dient te voldoen. Voorts heeft de vrouw verzocht de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen vast te stellen.

De rechtbank heeft bij beschikking van 21 november 2006 tussen partijen echtscheiding uitgesproken, tussen de man en de kinderen een omgangsregeling vastgesteld en bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van € 175,-- per kind per maand zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen. Ten slotte heeft de rechtbank de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen vastgesteld.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw heeft in hoger beroep verzocht de beschikking van de rechtbank op een aantal punten te vernietigen en onder meer te bepalen dat de eenmanszaak inclusief het negatief vermogen daarvan geheel aan de man wordt toebedeeld.

Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 20 december 2007 de beschikking van de rechtbank op één punt vernietigd en de bestreden beschikking voor het overige bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 30 januari 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel.

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 maart 2009.