Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH0379

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
R07/026HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0379
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Alimentatie gewezen echtgenoten; procesrecht; afwijzing door appelrechter van tijdens mondelinge behandeling door procespartij gedaan aanbod om bepaalde stukken over te leggen; geen afwijking in cassatie van de regel dat in verzoekschriftprocedures tussen gewezen echtgenoten de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 410
JWB 2009/82
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 maart 2009

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/026HR

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. de Visser,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M. de Boorder.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 28 december 2004 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken en, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man te veroordelen aan haar een bijdrage in haar levensonderhoud van € 1.500,-- per maand te betalen.

De man heeft het verzoek bestreden.

Na mondelinge behandeling van het verzoek heeft de rechtbank bij beschikking van 14 oktober 2005 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en uitvoerbaar bij voorraad bepaald dat de man met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, aan de vrouw een bijdrage in haar levensonderhoud zal voldoen van € 1.458,-- per maand.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De man heeft in hoger beroep verzocht de beschikking van de rechtbank, voor zover daarbij een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw is bepaald, te vernietigen en, in zoverre opnieuw beschikkende, het verzoek van de vrouw tot het bepalen van een bijdrage in haar levensonderhoud af te wijzen voor zover deze een bedrag van € 77,-- per maand overstijgt, althans deze bijdrage te stellen op € 77,-- per maand.

Bij beschikking van 15 november 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigd en, opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad, de bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw ten laste van de man met ingang van 22 maart 2006 vastgesteld op € 1.208,-- per maand. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft een verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 maart 2009.