Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BH0148

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
C07/206HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BH0148
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Afwijzing vordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 413
JWB 2009/85
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 maart 2009

Eerste Kamer

Nr. C07/206HR

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. F-N. Grooss,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerster 2],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats], doch zonder bekend kantoor- of vestigingsadres,

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], [verweerder 1] en [verweerster 2].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploten van 10 augustus en 2 oktober 2000 [verweerder 1] en [verweerster 2] gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en, na vermeerdering van eis, gevorderd, kort gezegd, [verweerder 1] en [verweerster 2] hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 33.603,25 aan schadevergoeding, met rente en kosten.

[Verweerster 2] heeft de vordering bestreden en tegen [verweerder 1] is verstek verleend.

De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen en getuigenverhoren, bij vonnis van 5 november 2003 [verweerder 1] en [verweerster 2] hoofdelijk veroordeeld om aan [eiser] een bedrag te betalen van € 308,63, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tegen het vonnis van 5 november 2003 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 8 november 2006 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder 1] en [verweerster 2] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerster 2] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 maart 2009.