Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG9962

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-03-2009
Datum publicatie
11-03-2009
Zaaknummer
07/10987
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG9962
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 7 WVW 1994, verlaten van de plek van een ongeval terwijl er schade was toegebracht aan een ander. Conclusie AG o.m. inhoudend dat de afwijzing van het verzoek om nadere onderzoeken en ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte niet behoorlijk de gelegenheid heeft gegeven tot vaststelling van haar identiteit a.b.i. art. 7.2 WVW 1994, onjuist, noch onbegrijpelijk zijn. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 422
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 maart 2009

Strafkamer

Nr. 07/10987

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 april 2007, nummer 22/003118-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.C.M. van Schijndel, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 10 maart 2009.