Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG9919

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
07/11874
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG9919
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Afwijzing verzoek ex art. 1:204 lid 3 BW tot vervangende toestemming tot erkenning van een kind door een man die krachtens een in de Dominicaanse republiek gesloten huwelijk is gehuwd met een andere vrouw dan de moeder van het kind (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 411
JWB 2009/84
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 maart 2009

Eerste Kamer

07/11874

DV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh,

t e g e n

1. [De moeder],

wonende te [woonplaats],

2. mr. E.G.S.N. ASSELBERGS, in haar hoedanigheid als bijzonder curator over [het kind],

kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

VERWEERSTERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man, de moeder en de bijzonder curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 21 februari 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van de minderjarige [het kind] door hem, ingeval een DNA-onderzoek de man aanwijst als hoogstwaarschijnlijke verwekker of de moeder weigert medewerking aan een DNA-onderzoek te verlenen.

De rechtbank heeft bij beschikking van 6 maart 2006 mr. E.G.S.N. Asselbergs benoemd tot bijzonder curator over de minderjarige.

De moeder heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 10 juli 2006 het verzoek van de man afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 4 juli 2007 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Verweersters in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 maart 2009.