Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG9909

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-03-2009
Datum publicatie
06-03-2009
Zaaknummer
R07/089HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG9909
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antillenzaak. Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement op voet van art. 106 en 116 WvKNA, maatstaf (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 392
JWB 2009/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 maart 2009

Eerste Kamer

Nr. R07/089HR

RM/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiser 2],

3. [Eiseres 3]

allen wonende [te woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaten: aanvankelijk mr. M. Ynzonides en mr. M.V. Polak, thans mr. R.A.A. Duk

t e g e n

Mr. Franciscus Johannes VAN DEN BOSCH, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Westward Insurance Company N.V.,

kantoorhoudende op Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 12 juli 2001 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift heeft de curator zich gewend tot dat gerecht en verzocht, kort gezegd en voor zover thans in belang, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat:

i.) [eiser] c.s. ieder afzonderlijk en hoofdelijk ernstig verzuim hebben gepleegd in de nakoming van de op hen jegens de verzekeringsmaatschappij Westward Insurance Company N.V. (hierna: Westward) uit hoofde van hun bestuurdersschap, respectievelijk commissariaat van Westward rustende verbintenissen, van welk verzuim hen ernstige verwijten vallen te maken;

ii) dat het (niet)handelen van [eiser] c.s. zoals beschreven in het inleidend verzoekschrift kan worden gekwalificeerd als onrechtmatig handelen van ieder van hen jegens alle schuldeisers van - de boedel van - Westward;

iii) [eiser] c.s. hoofdelijk en afzonderlijk jegens de boedel van Westward aansprakelijk is voor de schade, bestaande uit het gehele faillissementsdeficit, althans de schade die het gevolg is van ieders ernstig verwijtbaar handelen; alsmede

II. [eiser] c.s. hoofdelijk te veroordelen aan de boedel van Westward te betalen het gehele faillissementsdeficit, nader op te maken bij staat, met rente en kosten.

[Eiser] c.s. hebben de vorderingen bestreden.

Het gerecht heeft bij vonnis van 20 juli 2005 de vorderingen grotendeels toegewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof. De curator heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij vonnis van 30 januari 2007 heeft het hof het vonnis van het gerecht vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voor recht verklaard dat [eiser] c.s. wegens de in het vonnis diverse, ten aanzien in ieder in hen nader omschreven nalatigheden aansprakelijk zijn tot vergoeding van eventuele schade ten behoeve van de boedel. Het hof heeft voorts [eiser] c.s. veroordeeld tot vergoeding van die schade, op te maken bij staat, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft deels geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep en deels tot verwerping daarvan.

[Eiser] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid.

De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door C.S. Avendano Canto, advocaat te Amsterdam, en voor de curator door zijn advocaat alsmede door mr. J.W. Hoekzema, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. in hun cassatieberoep.

Mr. M.V. Polak, voornoemd, heeft bij brief van 19 januari 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 maart 2009.