Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG9867

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-01-2009
Datum publicatie
16-01-2009
Zaaknummer
43244
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG9867
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG

Cessie om niet van huurtermijnen aan de eigen BV; kostenarresten; jaarwinst; goed koopmansgebruik

De directeur/enige aandeelhouder van de belanghebbende BV heeft in 1995 het recht op toekomstige huurtermijnen (29 december 1995 - 31 december 2005) van twee winkelpanden om niet gecedeerd aan de belanghebbende. Omdat de aandeelhouder aldus niet (meer) in de inkomstenbelasting kon worden betrokken, moeten de huurtermijnen op grond van redelijke wetstoepassing (kostenarresten) tot de totaalwinst van de belanghebbende worden gerekend.

In geschil is de jaarwinstvraag in welk jaar - het cessiejaar of elk jaar naarmate de termijnen vloeien - winst moet worden genomen op de gecedeerde toekomstige huurtermijnen.

De belanghebbende heeft in het cessiejaar 1995 de contante waarde van de huurtermijnen geactiveerd als "financiële vaste activa/overige vorderingen". Credit boekte zij daartegenover informeel kapitaal. In 1998 en 1999 heeft zij de actiefpost afgeboekt met de afschrijving op het recht op huurtermijnen en opgeboekt met 5% oprenting. De ontvangen huurtermijn is jaarlijks als winst verantwoord.

De Inspecteur heeft met een beroep op HR 24 oktober 2003, BNB 2004/44 de afschrijving in 1998 en 1999 geweigerd. De belanghebbende betwist die correcties en stelde voor het Hof onder meer dat de contante waarde van huurtermijnen ineens als winst aan het jaar 1995 had moeten worden toegerekend. Het Hof heeft het beroep met verwijzing naar HR BNB 2004/44 afgewezen.

In cassatie herhaalt de belanghebbende dat de winst in 1995 had moeten worden genomen.

Ik concludeer - mede op basis van de rechtspraak over uitstelposten en over ondernemingsoverdracht tegen termijnbetaling, tegen een winstrecht, in huurkoop, of onder voorbehoud van gebruik - dat het realiteitsbeginsel van goed koopmansgebruik de belanghebbende ertoe noopte in het cessiejaar 1995 winst te nemen. Tegenover de nog te ontvangen huurtermijnen stond en staat geen nog na te komen verplichting jegens de huurder of de cedent. Bij de waardering van de vordering is het de belanghebbende op grond van het voorzichtigheidsbeginsel toegestaan om - zoals zij gedaan heeft - rekening te houden met de kredietwaardigheid van de huurder. Het arrest HR BNB 2004/44 doet aan een en ander niet af, nu de vraag in welk(e) ja(a)r(en) de totaalwinst van de BV moest worden gecorrigeerd met het om niet ontvangen huurrendement in die zaak niet in geschil was.

Conclusie: beroepen gegrond, vernietiging van de uitspraken van het Hof en de uitspraken op bezwaar. De Hoge Raad kan de zaken afdoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2009-0121
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd