Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG6458

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
19-06-2009
Zaaknummer
08/01294
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG6458
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG:

Belanghebbendes moeder is op 23 april 1990 overleden. Zij was in gemeenschap van goederen gehuwd met belanghebbendes vader. In haar testament had zij haar twee kinderen tot erfgenamen benoemd. Belanghebbendes vader verkreeg krachtens legaat het recht van vruchtgebruik van erflaatsters onverdeeld aandeel in de huwelijksgemeenschap, onder de last de blote eigendom van zijn onverdeelde helft in te brengen in de nalatenschap. De kinderen verkregen dus de blote eigendom over de gehele (voormalige) goederengemeenschap en vader het vruchtgebruik. Op 16 augustus 2002 is vader overleden. Ter zake van dit overlijden heeft belanghebbende voor het recht van successie aangegeven dat haar verkrijging nihil is. Er is hier sprake van een zogenaamd turbotestament; de bedoeling is dat aangezien vruchtgebruik niet vererft, er bij het tweede overlijden geen successierecht kan worden geheven. In geschil is of de fictiebepaling van artikel 10 SW van toepassing is. Op basis van artikel 10 SW zou de volle waarde van het door vader in blote eigendom overgedragen vermogen belast worden. Rechtbank en Hof achten artikel 10 SW van toepassing.

In de conclusie wordt ingegaan op de vraag of er wordt voldaan aan de vereisten van artikel 10 SW. A-G Van Ballegooijen meent dat met "rechtshandeling" in artikel 10 SW een meerzijdige rechtshandeling wordt bedoeld en niet slechts, zoals door belanghebbende bepleit, een verbintenisscheppende overeenkomst. Op basis van wettekst, wetsgeschiedenis en doel en strekking van artikel 10 SW is het artikel van toepassing. Wetssystematisch resteert een probleem, aangezien artikel 10 SW tot dubbele heffing kan leiden. De blote eigendom van vaders vermogen is bij overlijden van moeder al in de heffing betrokken. Op grond van lid 4 van artikel 10 SW kan overdrachtsbelasting, schenkingsrecht of recht van overgang dat is geheven over de blote eigedom worden verrekend met het bedrag van successierecht. In het onderhavige geval is echter successierecht geheven over de eerdere verkrijging van de blote eigendom; dit wordt in lid 4 niet genoemd. De wetgever kan er niet aan gedacht hebben. Volgens A-G Van Ballegooijen is het echter maar de vraag of de wetgever verrekening zou bieden als hij het turbotestament voor ogen zou hebben gehad. Anders dan bij eerdere koop en schenking wordt er namelijk, indien in het onderhavige geval een tegemoetkoming zou worden geboden voor geheven successierecht over de blote eigendom afkomstig van vader, een gat in de heffing over de totale nalatenschap geslagen. Over een deel van het totale vermogen zou dan geen successierecht worden geheven, want dan zou slechts de blote eigendom over de gehele huwelijksgoederengemeenschap en vruchtgebruik over de helft van de huwelijksgoederengemeenschap in de heffing worden betrokken. Er ontbreekt dan heffing over één deel. Betoogd zou kunnen worden dat artikel 10 SW er niet is om dit gat te dichten. Het is inderdaad niet het doel van artikel 10 SW om deze heffing veilig te stellen, maar de A-G wil het niet omdraaien: het is voor toepassing van artikel 10 SW niet nodig om te voorkomen dat dubbele heffing plaatsvindt. Door toepassing van artikel 10 SW wordt de waarde van de gehele nalatenschap (en zonder tegemoetkoming meer dan dat) in de heffing betrokken (te weten blote eigendom over de gehele huwelijksgoederengemeenschap en volle eigendom over de helft van de huwelijksgoederengemeenschap). De wettekst biedt geen mogelijkheid tot verrekening van eerder geheven successierecht; de wettekst is helder en de A-G acht het dan ook niet mogelijk dat de rechter deze duidelijke wettekst naar analogie met lid 4 ruim uitlegt. Voor zover er meer dan 100% van de nalatenschap in de heffing wordt betrokken, acht hij een tegemoetkoming redelijk. De Inspecteur heeft deze tegemoetkoming geboden. Het is niet aan de rechter een dergelijke tegemoetkoming te bieden, waar de wettekst duidelijk is.

De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd