Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG5842

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-02-2009
Datum publicatie
06-02-2009
Zaaknummer
R07/104HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG5842
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2018, Bekrachtiging/bevestiging
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ9816, Bekrachtiging/bevestiging
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9820, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Alimentatie gewezen echtgenoten; vervolg van HR 14 januari 2005, nr. R03/094, NJ 2005, 251; vaststelling alimentatie op zodanig bedrag dat inkomen alimentatieplichtige niet beneden het niveau van 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm zakt; vanaf het moment dat ten aanzien van de alimentatieplichtige de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken is door hem geen alimentatie verschuldigd. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 271
JWB 2009/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 februari 2009

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/104HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Dongelmans,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J. Groen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het verloop van het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van 14 januari 2005, nr. R03/094HR, NJ 2005, 251. Bij die beschikking heeft de Hoge Raad de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 mei 2003 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam.

Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het gerechtshof te Amsterdam de zaak ter zitting van 11 augustus 2005 behandeld. De raadsvrouw van de man heeft het hof bij brief van 3 augustus 2005 een aantal stukken gezonden en het petitum van het verweerschrift in appel van 30 oktober 2002 in die zin gewijzigd dat de man het hof primair verzoekt de alimentatie op nihil te stellen en de achterstand te bepalen op hetgeen tot op de dag van die brief is betaald dan wel verhaald.

Bij tussenbeschikking van 8 september 2005 heeft het hof de man toegelaten tot het bewijs dat de vrouw inkomsten uit werkzaamheden als toiletjuffrouw heeft genoten. De man heeft afgezien van het horen van getuigen. Bij tussenbeschikking van 2 maart 2006 heeft het hof de vrouw in de gelegenheid gesteld te reageren op de door de man bij brief van 3 augustus 2005 gedane verzoeken. Op 27 juli 2006 heeft het hof de zaak wederom mondeling behandeld.

De rechtbank Arnhem heeft bij vonnis van 24 augustus 2006 ten aanzien van de man de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

Bij tussenbeschikking van 7 september 2006 heeft het hof bepaald dat er een nadere mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Nadat de nadere mondelinge behandeling had plaatsgevonden heeft het hof bij eindbeschikking van 22 februari 2007 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd, voor zover daarbij de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 juli 2001 is bepaald op € 2.042,01 per maand, zulks echter tot 18 maart 2005. Het hof heeft de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van 18 maart 2005 tot 1 januari 2006 bepaald op € 470,-- per maand en met ingang van 1 januari 2006 tot 24 augustus 2006 op € 415,-- per maand; het hof heeft de beschikking waarvan beroep in zoverre vernietigd. Ten slotte heeft het hof de door de man te betalen bijdrage tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van 24 augustus 2006 voor de duur van de schuldsaneringsregeling op nihil bepaald en de beschikking waarvan beroep ook in zoverre vernietigd.

De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het tweede geding in cassatie

Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.

De advocaat van de vrouw heeft op die op 28 november 2008 gedateerde en aan partijen toegezonden conclusie gereageerd bij brief van 29 december 2008. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie aan partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.