Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG5621

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-01-2009
Datum publicatie
21-01-2009
Zaaknummer
07/12779 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG5621
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 225
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 januari 2009

Strafkamer

nr. 07/12779 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Assen van 1 februari 2007, nummer 19/401186-06, ingediend door mr. M.A. Buntsma, advocaat te Breda, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde bij artikel 22, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 260,-, subsidiair 5 dagen hechtenis en tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moet worden geoordeeld dat sprake is van omstandigheden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Assen van 1 februari 2007;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 januari 2009.

Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.