Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG5263

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
23-01-2009
Zaaknummer
07/11568
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG5263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Uitleg van een mondelinge overeenkomst; procesrecht; passeren van een (getuigen)bewijsaanbod als niet terzake dienend. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 213
JWB 2009/14
JBO 2009/27 met annotatie van H.J. Bos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 januari 2009

Eerste Kamer

07/11568

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerster 2],

wonende te [woonplaats],

3.[Verweerster 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Verweerder 4],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. P.J. Arentshorst.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 17 mei 1999 [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, [betrokkene 1] te veroordelen om aan [eiser] te vergoeden de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet die [eiser] heeft geleden ten gevolge van het toerekenbaar tekortschieten dan wel onrechtmatig handelen van [betrokkene 1] jegens [eiser], onder veroordeling van [betrokkene 1].

De rechtbank heeft deze vordering toegewezen bij haar op 20 juli 1999 bij verstek gewezen vonnis.

Op 12 augustus 1999 is [betrokkene 1] in verzet gekomen tegen dit vonnis. De wettelijk erfgenamen van [betrokkene 1] ([verweerder] c.s.) hebben na zijn overlijden op 3 oktober 1999 het geding hervat.

De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 18 december 2002 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 3 maart 2004 het tussen partijen gewezen verstekvonnis vernietigd en, opnieuw beslissende, het gevorderde afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 14 juni 2007 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 januari 2009.