Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG4827

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
14-01-2009
Zaaknummer
07/11314
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4827
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht. Aangezien de bewezenverklaring, in het bijzonder vzv. deze inhoudt dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de tabakswaren wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof alsmede w.b. de daarin vermelde periode en plaats, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 201
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 januari 2009

Strafkamer

nr. 07/11314

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 12 december 2006, nummer 24/002118-04, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar alleen ten aanzien van de opgelegde straf en tot vermindering daarvan.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van feit 6.

2.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 6 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 10 december 2003 tot en met 8 juni 2004 in de gemeente Leeuwarden een hoeveelheid tabakswaren voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die tabakswaren, wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof."

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op:

(i) de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

"Ik ben werkzaam bij [A], gevestigd te [vestigingsplaats]. Ik ben gerechtigd namens benadeelde aangifte te doen. Op 10 december 2003 heb ik de supermarkt verlaten en het alarm ingeschakeld. Op 11 december 2003 ben ik aan het werk gegaan en heb het alarm van de supermarkt weer uitgeschakeld. Kort daarna ontdekte ik dat er in de supermarkt was ingebroken. Er is namelijk tussen voornoemde tijdstippen, ter hoogte van de balie, waarachter rookwaar ligt opgeslagen, een gat in het dak van de winkel gezaagd. Nadat men een tweetal platen van het systeemplafond had verwijderd, is men kennelijk door dit gat naar binnen geklommen. In de winkel zijn achter de genoemde balie zes rolluiken opengebroken, waarachter de rookwaar lag opgeslagen. Een grote hoeveelheid van deze rookwaren, waaronder sigaretten en shag zijn weggenomen. Niemand had het recht of toestemming zich door middel van braak de toegang tot de winkel en de opslagplaatsen van de rookwaar te verschaffen en daaruit genoemde goederen weg te nemen om zich deze toe te eigenen."

b. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2]:

"U vertelt mij dat u mij wilt spreken over een zaak met sigaretten. Ik heb die spullen wel daar gezien, ongeveer 6 of 8 maanden geleden. Dat was bij [verdachte] thuis. Het lag daar op de grond. Ik heb van hun gehoord dat het gestolen was."

(ii) de volgende nadere bewijsoverweging:

"Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat de plaats Balk is gelegen in de gemeente Gaasterlân-Sleat."

2.3. Aangezien de bewezenverklaring, in het bijzonder voor zover deze inhoudt dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de tabakswaren wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof alsmede wat betreft de daarin vermelde periode en plaats, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 6 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 13 januari 2009.

Mr. Splinter-van Kan is buiten staat dit arrest te ondertekenen.