Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG4818

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
14-01-2009
Zaaknummer
07/10648
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4818
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 359.3 Sv. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen (vgl. HR LJN AX5776). In de in het arrest weergegeven overweging ligt als het oordeel van het Hof besloten dat verdachte na zijn in de bestreden uitspraak weergegeven, door het Hof als bekennend aangemerkte verklaringen niet “anders heeft verklaard”. Dit oordeel is, gelet op de in het arrest weergegeven verklaring van verdachte ttz. in h.b., niet zonder meer begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 57
RvdW 2009, 190
NJB 2009, 285
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 januari 2009

Strafkamer

07/10648

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 oktober 2006, nummer 22/002799-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L. van Dijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar het Hof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte heeft volstaan met een opgave van de gebezigde bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv.

2.2. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:

"1. hij, handelend onder de naam (uitzendureau) [A], op tijdstippen in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 januari 2003 te Gouda en/of te Den Haag meermalen, telkens als werkgever in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering handelend onder de naam (uitzendbureau) [A], opzettelijk niet heeft voldaan aan zijn verplichting om telkens met inachtneming van de door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (in het loonadministratiebesluit) gestelde regels opgave te doen van (al) het door de werknemers genoten loon aan het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (door tussenkomst van (UWV)-GUO),immers heeft hij, verdachte, handelend onder de naam (uitzendbureau) [A] over de loontijdvakken gelegen in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 het loon van werknemers te weten:

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en [betrokkene 7] en [betrokkene 8] en [betrokkene 9] en [betrokkene 10] en [betrokkene 11] van dat uitzendbureau telkens opzettelijk onjuist en/of onvolledig (immers te laag) opgegeven en/of (telkens) opzettelijk in het geheeld niet opgeven

2. hij, handelend onder de naam (uitzendbureau) [A], op tijdstippen in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 januari 2002 te Gouda en/of te Den Haag meermalen, telkens als werkgever in de zin van de Organisatiewet Sociale Verzekeringen 1997, handelend onder de naam (uitzendbureau) [A], telkens opzettelijk niet de aanvang en of de beëindiging en/of de wijziging in de arbeidsverhouding met een of meer van de verzekerden te weten:

[betrokkene 12] en [betrokkene 14] en [betrokkene 15] en [betrokkene 16] en [betrokkene 17] en [betrokkene 18] binnen een maand heeft medegedeeld aan het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen en/of (door tussenkomst van) het UWV-GUO die ten aanzien van hem, werkgever de in artikel 41 Organisatiewet Sociale Verzekeringen 1997 bedoelde werkzaamheden verrichtte

3. hij, handelend onder de naam (uitzendbureau) [A], op tijdstippen in de periode van 1 februari 2002 tot en met 31 januari 2003 te Gouda en/of te Den Haag, meermalen, telkens als werkgever in de zin van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, handelend onder de naam (uitzendbureau) [A], telkens opzettelijk niet de aanvang of de beëindiging en/of de wijziging van de arbeidsverhouding met een of meer van de verzekerden te weten:

[betrokkene 12] en [betrokkene 14] en [betrokkene 15] en [betrokkene 19] en [betrokkene 18] binnen een maand heeft medegedeeld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en/of het UWV-GUO."

2.3. De bestreden uitspraak houdt het volgende in:

"Het hof is van oordeel dat met een opgave van bewijsmiddelen kan worden volstaan, nu de verdachte deze feiten heeft bekend.

1. Het proces-verbaal van het UWV-GUO, d.d. 11 november 2003, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], in dienst van de UWV GUO, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en een andere bevoegde opsporingsambtenaar als bijlage 05 238 tot en met 05 242 gevoegd bij het proces-verbaal van het UWV/GUO met nummer 02/P401292. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - de bekennende verklaring van de verdachte, dat personeel soms niet aangemeld werd als werknemer bij het GUO.

2. Het proces-verbaal van het UWV-GUO, d.d. 11 november 2003, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], in dienst van de UWV GUO, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en een andere bevoegde opsporingsambtenaar als bijlage 05 243 tot en met 05 246 gevoegd bij het proces-verbaal van het UWV/GUO met nummer 02/P401292. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - de bekennende verklaring van de verdachte, dat er mensen hebben gewerkt voor zijn bedrijf die niet aan het GUO als werknemer werden verantwoord en waarvan dus ook het loon niet werd verantwoord.

3. Het proces-verbaal van het UWV-GUO, d.d. 11 november 2003, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], in dienst van het UWV GUO, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en een andere bevoegde opsporingsambtenaar als bijlage 05 247 tot en met 05 252 gevoegd bij het proces-verbaal van het UWV/GUO met nummer 02/P401292. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - de bekennende verklaring van de verdachte, dat personen in zijn bedrijf een dienstverband hebben gehad, gewerkt hebben en loon ontvangen terwijl deze dienstverbanden niet binnen een maand na aanvang, wijziging of beëindiging van het dienstverband middels een Melding Sociale Verzekering aan het GUO zijn gemeld. Ook is het loon van deze en andere werknemers van zijn bedrijf niet, niet volledig of niet juist aan het GUO middels de periodieke loonopgave verantwoord.

4. (...)"

2.4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt als verklaring van de verdachte het volgende in:

"De verdachte geeft op het oneens te zijn met het vonnis.

(...)

Ik weet niet zeker meer of mijn verklaring van 11 november 2003 klopt. Het is inmiddels 2 jaar geleden. Ik weet nog wel dat ik deze verklaring heb afgelegd. Ik zou het nogmaals moeten lezen. Ik heb niet de intentie gehad om de gemeenschap te benadelen.

(...)

Het klopt dat de facturen van [A] in euro's zijn. De ingeleende krachten kregen van het geld 60% uitbetaald. Netto was dat € 6,50 / € 7,- per uur. Van de marge van € 9,50 die voor mij overblijft werd een deel op de G-rekening gestort. Ik weet niet wat het belang van werknemers is om zwart betaald te worden. De € 9,50 heb ik niet in mijn eigen zak gestopt. Sowieso ging 40% naar de belastingdienst.

(...)

Ik heb misschien wel fouten gemaakt. Ik heb nooit dit werk gedaan om de gemeenschap schade te berokkenen. Op de G-rekening staat nog steeds meer dan € 500.000,-. Misschien is de schade € 50.000,- of € 60.000,-. De boekhouder heeft ook rekenfouten gemaakt. Tweemaal zijn er medewerkers van de GUO bij mij geweest. Toen is alles geblokkeerd. Het is juist dat er 2 illegalen bij mij zijn aangehouden. Deze mensen hadden misschien wel een sofinummer. De medewerker van de vreemdelingendienst heeft dit ook gecontroleerd. Van de 14 mensen waren er 2 illegaal. Deze mensen hadden echter wel een sofinummer, er zijn wel premies voor ze afgedragen en hun namen zijn doorgegeven."

2.5. Art. 359, derde lid, Sv luidt als volgt:

"De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit."

2.6. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359, derde lid, Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen (vgl. HR 26 september 2006, LJN AX5776, NJ 2006, 542).

2.7. In de hiervoor onder 2.3 weergegeven overweging ligt als het oordeel van het Hof besloten dat de verdachte na zijn in

de bestreden uitspraak weergegeven, door het Hof als bekennend aangemerkte verklaringen niet "anders heeft verklaard".

Dit oordeel is, gelet op de hiervoor onder 2.4 weergegeven verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, niet zonder meer begrijpelijk. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 13 januari 2009.

Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.