Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG4798

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
42432
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4798
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

waterschapsbelasting, ingezetenenomslag wegenbeheer, taakgebiedafbakening in strijd met willekeurverbod?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2009, 888
Belastingblad 2009/731 met annotatie van Redactie
BNB 2010/115 met annotatie van R.H. Happé
V-N 2009/18.41 met annotatie van Redactie
FutD 2009-0840
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

nr. 42.432

17 april 2009

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 juni 2005, nr. 04/01639, betreffende een aanslag in de waterschapsbelastingen.

1. Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag opgelegd in de waterschapsbelastingen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna: HHNK), welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar is gehandhaafd.

Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van HHNK (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 21 oktober 2008 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1. Belanghebbende had in het onderhavige jaar, 2004, het gebruik van een woonruimte in het gedeelte van Amsterdam-Noord dat gelegen is tussen de Waterlandse zeedijk en de Rijksweg A10 (Ring Amsterdam). Dat gedeelte zal hierna worden aangeduid als noordelijk Amsterdam-Noord, kortweg NAN.

3.1.2. NAN maakt deel uit van het beheersgebied van HHNK. HHNK is (ook in NAN) belast met de taken waterkering, waterbeheersing, waterkwaliteitsbeheer, en wegenbeheer. In zijn taakgebied wegenbeheer is HHNK uitsluitend belast met het beheer van wegen buiten de bebouwde kom.

3.1.3. Geheel NAN is gelegen binnen de bebouwde kom. Feitelijk verricht HHNK binnen NAN dan ook niet de taak wegenbeheer.

3.1.4. Aan de noordzijde van NAN (buiten de Ring Amsterdam) ligt landelijk gebied, waar HHNK daadwerkelijk wegen beheert, met uitzondering van de wegen die gelegen zijn binnen de bebouwde kom van dorpskernen die binnen dat landelijk gebied gelegen zijn.

3.2. Eén van de klachten strekt, naar de Hoge Raad begrijpt, ten betoge dat het door Provinciale Staten vastgestelde reglement van HHNK onverbindend is, voor zover NAN daarbij is begrepen in het taakgebied wegenbeheer van HHNK, omdat HHNK binnen NAN de taak wegenbeheer feitelijk niet uitvoert.

3.3. Aan belanghebbende kan worden toegegeven dat de incorporatie van NAN in het taakgebied wegenbeheer van HHNK niet ertoe strekt HHNK te belasten met de taak wegenbeheer binnen NAN, maar uitsluitend daartoe dat de inwoners van NAN omslagplichtig worden voor de omslag-wegenbeheer.

3.4. Dit leidt echter niet reeds aanstonds tot onverbindendheid van de gebiedsafbakening in het reglement. Het betoog van belanghebbende zou immers ook opgaan voor de dorpskernen (bebouwde kommen) die gelegen zijn in het taakgebied wegenbeheer van HHNK, en geheel zijn omsloten door landelijk gebied. Onder die dorpskernen zijn er die slechts bereikt en verlaten kunnen worden met gebruikmaking van wegen die bij HHNK in beheer zijn. De inwoners van zulke dorpskernen delen daardoor onmiskenbaar in het algemene belang van "wonen-werken-leven" dat gediend wordt door de uitoefening van de taak wegenbeheer door HHNK. Ook zij die wonen langs de rand van het gebied waar HHNK daadwerkelijk wegenbeheer uitvoert, delen in zekere mate in dat algemene belang. De vraag is evenwel tot hoe ver een dergelijke schil langs de buitenrand zich in redelijkheid mag uitstrekken.

3.5. NAN grenst (aan de noordzijde) aan landelijk gebied waar HHNK zijn taak wegenbeheer daadwerkelijk uitoefent. De vraag is dus of Provinciale Staten in redelijkheid hebben kunnen besluiten om geheel NAN (dat wil zeggen: tot aan de zuidgrens van NAN, de Waterlandse zeedijk) te incorporeren in het taakgebied wegenbeheer van HHNK. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend, omdat de Waterlandse zeedijk in historisch- en in fysisch-geografische zin een duidelijke scheidslijn is. Zoals de naam zegt: de Waterlandse zeedijk vervulde ooit (namelijk tot aan de afsluiting van de Zuiderzee) de functie van zeewaterkering. NAN maakt dan ook deel uit van de waterstaatkundige eenheid die van oudsher werd beheerd door het waterschap De Waterlanden, dat per 1 januari 2003 is opgegaan in HHNK. Ook thans vervult HHNK alle waterstaatkundige hoofdtaken die binnen NAN te verrichten zijn. De inwoners van NAN delen dan ook in het algemene belang van "wonen-werken-leven" in het gebied van HHNK, dat HHNK dient door de uitoefening van het geheel van zijn taken, die van wegenbeheer daaronder begrepen.

3.6. De slotsom luidt dat niet kan worden gezegd dat Provinciale Staten, door NAN te begrijpen in de taak wegenbeheer van HHNK, hebben gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir (zoals belanghebbende ter zitting van het Hof heeft betoogd), en evenmin dat Provinciale Staten dusdoende hebben gehandeld in strijd met het willekeurverbod. De hiervoor in 3.2 omschreven klacht faalt dus.

3.7. De klachten kunnen voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2009.