Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG4412

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
08/02511
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4412
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 434.1 Sv. Onvolledig dossier. Aan de HR zijn alleen toegezonden het verkorte arrest van het Hof, het verkorte p-v tz. en de akte waarbij cassatie is ingesteld. O.g.v. de door de AG in diens conclusie verstrekte informatie moet worden aangenomen dat de overige stukken, waaronder de aanvulling met bewijsmiddelen waarover wordt geklaagd, in het ongerede zijn geraakt en niet meer beschikbaar zullen komen. Dat brengt mee dat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2010, 114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2009

Strafkamer

Nr. 08/02511

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 22 november 1996, nummer 21/001536-94, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.J. Schadd, advocaat te Velp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak behoudens voor zover daarbij het in eerste aanleg gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem is vernietigd en tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de bestreden uitspraak niet de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen bevat.

2.2. Aan de Hoge Raad zijn op de voet van art. 434, eerste lid, Sv alleen toegezonden het verkorte arrest van het Hof, het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting van 8 november 1996 en de akte waarbij het cassatieberoep is ingesteld. Op grond van de door de Advocaat-Generaal in diens conclusie verstrekte informatie moet worden aangenomen dat de overige stukken in het ongerede zijn geraakt en niet meer beschikbaar zullen komen.

Dat brengt mee dat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst. Zij kan daarom niet in stand blijven. De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie de zaak zou worden verwezen of teruggewezen niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Rechtbank is vernietigd;

verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 22 december 2009.