Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG4349

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-03-2009
Datum publicatie
03-03-2009
Zaaknummer
08/00538
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4349
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2008:BC3084, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aanhoudingsverzoek. Het Hof heeft bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaf toegepast, maar het oordeel is evenwel niet zonder meer begrijpelijk. Gelet op de bijzondere omstandigheden had het Hof de afwijzing van het verzoek nader moeten motiveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 441
RvdW 2009, 397
NJB 2009, 611
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 maart 2009

Strafkamer

nr. 08/00538

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 29 januari 2008, nummer 21/002432-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Arnhem, locatie Arnhem-Zuid" te Arnhem.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Goudswaard, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

1.2. De raadsvrouwe van de verdachte heeft schriftelijk gereageerd op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat 's Hofs afwijzing van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak in hoger beroep voor het opmaken van een reclasseringsrapport niet zonder meer begrijpelijk is.

2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2008 houdt het volgende in:

"De verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - als volgt:

(...) Met betrekking tot mijn persoonlijke omstandigheden verklaar ik verder als volgt. (...) U houdt mij het rapport van het Pieter Baan Centrum voor. Hierin is beschreven dat ik vanaf mijn 14e problemen met school had. Dat klopt niet, dat was pas later. (...) Ik herken mij niet in de conclusie in het rapport dat ik in hoge mate oppervlakkig functioneer, dat ik gemakzuchtig ben, dat ik een onrijpe man ben met neiging tot ontwijken en afhankelijkheid. Het is wel mogelijk dat ik van mijn verantwoordelijkheden probeer weg te komen. Op de vraag van mijn raadsvrouw antwoord ik dat ik na het gebeuren weer ben gaan werken. Dat doe ik nog steeds. Ik ben ook heel lang binnen gebleven. Ik ben gaan sporten. Het klopt dat ik mij ook heb aangemeld bij Tactus. (...) Ik heb daar ongeveer 6 of 7 keer een gesprek gehad. (...) Desgevraagd verklaar ik dat de gesprekken gingen over mijn verslaving. Die gingen niet over mijn gedrag.

De raadsvrouw van verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik heb eerder verzocht om een rapport te laten opstellen door de Reclassering. De advocaat-generaal heeft dit rapport inmiddels opgevraagd, maar het is nog niet gereed. Ik verzoek opnieuw de behandeling van onderhavige strafzaak aan te houden en dit Reclasseringsrapport af te wachten. Nadat door het Pieter Baan Centrum over mijn cliënt is gerapporteerd zijn er veel omstandigheden gewijzigd. Daarnaast acht ik het van belang dat er gerapporteerd wordt over hetgeen in de toekomst met mijn cliënt moet gebeuren.

Ten slotte kan de Reclassering een strafadvies geven. Ik vind dit alles erg belangrijk. De advocaat-generaal vindt dat blijkbaar ook, immers hij heeft de Reclassering inmiddels verzocht een dergelijke rapportage uit te brengen.

De advocaat-generaal verzet zich tegen het aanhouden van de behandeling van onderhavige strafzaak en verklaart daartoe - zakelijk weergegeven - als volgt.

Ik was eerder van plan om een Reclasseringsrapport op te vragen. Ik wilde informatie hebben over de persoonlijke omstandigheden van verdachte na het laatste Reclasseringsrapport. Het verzoek om dit rapport op te stellen is echter abusievelijk niet verzonden. Daarom heb ik begin deze week alsnog de Reclassering verzocht te rapporteren. Ik had toen nog niet begrepen dat de zaak vandaag inhoudelijk zou worden behandeld. Wanneer de zaak vandaag wegens het opvragen van een rapport zou worden aangehouden, dan kan de behandeling van deze zaak pas in maart 2008 weer worden voortgezet. De Reclassering heeft deze tijd nodig voor het opstellen van een rapport. Ik heb de voorkeur de zaak vandaag af te handelen. Hoewel ik een Reclasseringsrapport heb aangevraagd en ik enige behoefte heb aan informatie over de kans op recidive bij verdachte, verwacht ik dat ik vandaag van verdachte en zijn raadsvrouw informatie omtrent verdachtes recente persoonlijke omstandigheden zal vernemen.

Het hof trekt zich terug voor beraad.

Na gehouden beraad beslist het hof bij monde van de voorzitter dat het verzoek om aanhouding van onderhavige strafzaak wordt afgewezen. Het zou wellicht beter zijn geweest wanneer het opgevraagde Reclasseringsrapport met daarin een aanvullend beeld van verdachte beschikbaar zou zijn. Het hof stelt vast dat de raadsvrouw tijdig heeft verzocht om dit Reclasseringsrapport en dat het Openbaar Ministerie aan dat verzoek aandacht heeft besteed. Het hof betreurt het evenwel dat het Openbaar Ministerie niet tijdig bedoeld Reclasseringsrapport heeft opgevraagd. Het hof is echter van oordeel dat er - naast de informatie uit de inmiddels over verdachte uitgebrachte rapporten - tijdens onderhavige terechtzitting voldoende informatie over verdachte naar voren kan komen. Voorts gaat het hof ervan uit dat nog de nodige informatie over verdachte zal worden verschaft door de raadsvrouw tijdens haar pleidooi. Het hof is dan ook voorshands (tijdens de beraadslaging in raadkamer kan het beeld nog wel veranderen) van oordeel, dat het voldoende geïnformeerd is over verdachte.

(...)

De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging.

(...) Met betrekking tot de strafmaat verklaar ik als volgt. Ik verzoek opnieuw de behandeling van de strafzaak te schorsen voor het afwachten van het voorlichtingsrapport. Er ligt een rapport van het Pieter Baan Centrum. Verder is bekend dat mijn cliënt een behandeling heeft ondergaan bij Tactus. Het is nog steeds onduidelijk hoe deze behandeling is afgelopen. Mijn cliënt heeft nog steeds werk. Het is belangrijk dat hij dat kan behouden. Deze punten hadden allemaal in een voorlichtingsrapport van de Reclassering opgehelderd kunnen worden. De schadevergoeding heeft hij betaald. Mijn cliënt heeft nauwelijks een strafblad met geweldsdelicten. Men kent hem ook niet zo. Mijn cliënt heeft zichzelf gemeld bij de politie. Verder kan in het rapport worden weergegeven hoe het slachtoffer er nu over denkt. Inmiddels hebben beiden de zaak doorgesproken. In het voorlopig rapport is vermeld dat er een grote kans op recidive was. Gelet op alle omstandigheden is er geen gevaar voor recidive. De Reclassering kan ook hierover rapporteren. Voor mijn cliënt staat veel op het spel. Hij kan zijn werk verliezen. Dit zou een argument kunnen zijn om andere strafmodaliteiten te bedenken, zoals het opleggen van een voorwaardelijke straf of elektronisch toezicht. Ook hierover kan de Reclassering rapporteren. (...) Ik verzoek dan ook om een strafadvies voor te laten bereiden. Daar kan dan bij betrokken worden in hoeverre het slachtoffer nog wenst dat mijn cliënt een gevangenisstraf moet ondergaan. De verstandhouding tussen beiden is weer goed. (...) Mijn cliënt leidt nu een ander leven. Hij gebruikt geen drugs meer."

2.3. In zijn arrest heeft het Hof overwogen:

"De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting verzocht om het onderzoek te schorsen teneinde het - inmiddels door het Openbaar Ministerie opgevraagde - Reclasseringsrapport af te wachten, en zij heeft het verzoek bij pleidooi herhaald.

Het hof wijst het verzoek af. Het hof is van oordeel dat er - naast de informatie uit de diverse inmiddels over verdachte uitgebrachte rapporten - tijdens de terechtzitting van 15 januari 2008 voldoende informatie over verdachte naar voren is gekomen, zodat het hof voldoende is geïnformeerd omtrent verdachte."

2.4. Het door de raadsvrouwe gedane verzoek is een verzoek aan de rechter als bedoeld in art. 328 in verbinding met art. 331 Sv om gebruik te maken van de in art. 315 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf bij de beoordeling van een dergelijk verzoek is of de noodzaak van hetgeen wordt verzocht, is gebleken.

2.5. Door te overwegen dat er naast de informatie uit de diverse inmiddels over de verdachte uitgebrachte rapporten tijdens de terechtzitting van 15 januari 2008 voldoende informatie over de verdachte naar voren is gekomen zodat het Hof voldoende is geïnformeerd omtrent de verdachte, heeft het Hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat de noodzaak van het verzochte aan het Hof niet is gebleken. Het Hof heeft dus de juiste maatstaf toegepast. Zijn oordeel is evenwel niet zonder meer begrijpelijk op grond van het navolgende.

2.6. Deze zaak kenmerkt zich door het volgende. Zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie hebben het noodzakelijk geacht dat ten behoeve van de behandeling van de zaak in hoger beroep een nader reclasseringsrapport zou worden opgemaakt. Dat rapport was evenwel bij die behandeling niet beschikbaar omdat de Advocaat-Generaal het verzoek daartoe abusievelijk niet had verzonden. Het Hof heeft overwogen dat te betreuren, maar uiteindelijk in zijn arrest geoordeeld dat het opmaken van zo'n rapport niet noodzakelijk was nu er naast de reeds voorhanden informatie uit eerdere rapporten op de terechtzitting in hoger beroep voldoende informatie over de verdachte naar voren was gekomen. Aldus heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat het aanvankelijk door het Openbaar Ministerie, en de verdediging en kennelijk ook door het Hof onderschreven belang bij het opmaken van een reclasseringsrapport is komen te vervallen door de ter terechtzitting door de verdachte en zijn raadsvrouwe verstrekte informatie. Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval en in het licht van de gevorderde en door het Hof opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf, had het Hof nader behoren te motiveren waarom de door de verdachte en diens raadsvrouwe ter terechtzitting verstrekte beknopte informatie op één lijn kon worden gesteld met een reclasseringsrapport omtrent de door de verdediging aangereikte en kennelijk door het Openbaar Ministerie onderschreven onderzoekthema's.

2.7. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

3. Beoordeling van het vierde en het vijfde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede en het derde middel geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 3 maart 2009.