Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG4193

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-01-2009
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
07/10440 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4193
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag. Vooropgesteld wordt dat het wettelijk stelsel meebrengt dat op de rechter de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv te beslissen, a.d.h.v. de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. In dat geval mag de rechter niet treden in de beoordeling van het klaagschrift zonder dat die belanghebbende – indien deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is – in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen. Nu de stukken van het geding inhouden dat een verzekeringsmaatschappij stelt inmiddels eigenaar te zijn van het inbeslaggenomen, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk waarom de Rb niet (een vertegenwoordiger) van de verzekeringsmaatschappij in de gelegenheid heeft gesteld zelf een klaagschrift in te dienen (vgl. HR LJN BC8667).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 116
Wetboek van Strafvordering 552a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2009, 177
JOW 2010, 16
NJB 2009, 245
NBSTRAF 2009/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 januari 2009

Strafkamer

07/10440 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 16 november 2006, nummer RK 06/402, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben mr. S.T. van Berge Henegouwen en mr. C.P. van Dijk, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking

2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Op 31 juli 1994 is een motorfiets (merk Harley, type Heritage Classic) met het kenteken [AA-00-BB] gestolen bij [benadeelde partij 1]. Het motorblok, de versnellingsbak en de voorvork van de ontvreemde motorfiets blijken te zijn gebruikt bij de bouw van een motorfiets met het kenteken [CC-00-DD]. Verder is van die omgebouwde motorfiets het in het frame aangebrachte voertuigidentificatienummer verwijderd en vervangen door een zogenoemd zelfbouwnummer. De klager heeft die motorfiets gekocht. Deze is inbeslaggenomen en is het voorwerp van het door de klager ingediende klaagschrift. Het klaagschrift strekt tot teruggave van de (gehele) motorfiets aan de klager.

2.2. De Rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard. Daarbij heeft zij nog het volgende overwogen:

"Namens de officier van justitie is klager echter medegedeeld dat hij het frame kan ophalen. Daarmee heeft de officier van justitie bij klager het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat hij in ieder geval over dit onderdeel kan beschikken. Onder die omstandigheden acht de rechtbank zich (...) aan deze beslissing gebonden."

De Hoge Raad verstaat de bestreden beschikking daarom aldus dat de Rechtbank het klaagschrift deels gegrond, deels ongegrond heeft verklaard.

2.3. Vooropgesteld moet worden dat het wettelijk stelsel meebrengt dat op de rechter de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv te beslissen, aan de hand van de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een ander dan de klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. In dat geval mag de rechter niet treden in de beoordeling van het klaagschrift zonder dat die belanghebbende - indien deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is - in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.

2.4. De stukken van het geding houden in dat de in 1994 gestolen motorfiets verzekerd was bij de verzekeringsmaatschappij Interpolis onder polisnummer [001]. Het proces-verbaal van de politie bevat een aan haar gerichte brief van 7 september 1994, afkomstig van N.V. Interpolis Schade met daarin het kenteken van de ontvreemde motorfiets en de personalia van de aangever. In de brief wordt medegedeeld dat de schade is vergoed en dat dientengevolge de eigendom aan de verzekeringsmaatschappij is overgedragen.

Tot de stukken behoort voorts een aan het Arrondissementsparket te Maastricht gerichte brief van 16 januari 2003 die afkomstig is van GlobalNeth B.V., een werkmaatschappij van N.V. Interpolis Schade bij welke de behandeling van schadegevallen als deze is ondergebracht. De brief van de werkmaatschappij verwijst naar de brief van 7 september 1994 van de verzekeringsmaatschappij en bevat een verzoek om de inbeslaggenomen motorfiets welke met onderdelen van de verzekerde motorfiets is gebouwd, "vrij te geven".

2.5. Dit in aanmerking genomen is zonder nadere motivering, welke in de bestreden beschikking ontbreekt, niet begrijpelijk waarom de Rechtbank niet - met aanhouding van de behandeling van het door de klager ingediende klaagschrift - (een vertegenwoordiger van) de verzekeringsmaatschappij in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen (vgl. HR 8 juli 2008, LJN BC8667).

2.6. Uit het vorenstaande volgt dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande beklag opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2009.