Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2009:BG1662

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-01-2009
Datum publicatie
21-01-2009
Zaaknummer
07/12443
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BG1662
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 592a Sv draagt de rechter op, indien een b.p. zich in het geding heeft gevoegd, een beslissing te geven over de kosten die door de b.p. en verdachte zijn gemaakt en t.b.v. de tenuitvoerlegging nog zijn te maken. Nu het in 1e aanleg door de b.p. overgelegde voegingsformulier inhoudt dat de kosten van rechtsbijstand € 655,93 bedragen, is ’s Hofs oordeel dat de door de b.p. gemaakte en nog gemaakte kosten worden begroot op nihil, niet zonder meer begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 74
RvdW 2009, 218
NJB 2009, 349
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 januari 2009

Strafkamer

07/12443

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 maart 2007, nummer 23/005378-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Veenhuizen, locatie Groot Bankenbosch" te Veenhuizen.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft mr. J. Nijssen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van de schriftelijke commentaren van de raadsvrouwe van de verdachte en van de advocaat van de benadeelde partij op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de namens de verdachte voorgestelde middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het eerste namens de benadeelde partij voorgestelde middel

3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof heeft nagelaten te beslissen over de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

3.2. Voor zover het middel beoogt te klagen dat het Hof ten onrechte de in hoger beroep gemaakte proceskosten niet heeft toegewezen, mist het feitelijke grondslag aangezien niet blijkt dat die kosten in hoger beroep zijn gevorderd.

3.3. De bestreden uitspraak houdt het volgende in:

"BESLISSING

Het hof:

(...)

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], rekeningnummer 499649, een bedrag van EUR 1.161,62 (duizend honderdeenenzestig euro en tweeënzestig cent), vermeerderd met de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan deze uitspraak begroot op nihil."

3.4. Art. 592a Sv draagt de rechter op, indien een benadeelde partij zich in het geding heeft gevoegd, een beslissing te geven over de kosten die door de benadeelde partij en de verdachte zijn gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zijn te maken. Het in eerste aanleg door de benadeelde partij overgelegde voegingsformulier houdt in dat de kosten voor rechtsbijstand € 655,93 bedragen. Het oordeel van het Hof dat de door de benadeelde partij gemaakte en nog te maken kosten worden begroot op nihil is dan ook niet zonder meer begrijpelijk. Het middel slaagt.

4. Beoordeling van het tweede namens de benadeelde partij voorgestelde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de beslissing omtrent de proceskosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 1];

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 januari 2009.

Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.