Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BG6299

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
09-12-2008
Zaaknummer
08/01058 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG6299
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Persoonsverwisseling. De inhoud van de zich bij de stukken bevindende brief geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van een persoonsverwisseling. E.e.a. levert het ernstig vermoeden op dat de Pr, ware deze met de evenvermelde f&o bekend geweest, aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 923
RvdW 2009, 69
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 december 2008

Strafkamer

nr. 08/01058 H

RR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 12 oktober 2006 nummer 07/460894-06, [naar de Hoge Raad begrijpt] ingediend door:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen" veroordeeld tot een geldboete van € 230,-.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager beroept zich op een persoonsverwisseling.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Bij de stukken bevindt zich een brief van 23 januari 2008 van mr. W.B.M. Tomesen, Hoofdofficier van Justitie te Zwolle-Lelystad, gericht aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, inhoudende, voor zover hier van belang:

"Hierbij gaat het dossier in de zaak tegen [aanvrager], die bij vonnis van de politierechter van 12 oktober 2006 ter zake van, kort gezegd, "medeplegen van vernieling" bij verstek, inmiddels onherroepelijk, is veroordeeld tot een geldboete van € 230,00.

Er is evenwel sprake van een persoonsverwisseling. De op verdenking van "vernieling" op 10 juli 2006 aangehouden persoon, waarschijnlijk een zekere [betrokkene], heeft de personalia gebruikt van [aanvrager]. Kennelijk heeft de politie de door [betrokkene] opgegeven personalia niet geverifieerd.

Daardoor kon het gebeuren dat de, op naam van [aanvrager] gestelde dagvaarding op het politiebureau in persoon aan die [betrokkene] werd uitgereikt. [betrokkene] is uiteraard niet ter terechtzitting van de politierechter verschenen waardoor ook het veroordelend verstekvonnis op naam van [aanvrager] is gesteld.

Na aan een betalingsverzoek (voor inmiddels € 470,85) van de gerechtsdeurwaarder te hebben voldaan, kreeg [aanvrager] - die aanvankelijk in de veronderstelling verkeerde dat de boete een verkeersovertreding betrof - toch argwaan en wendde zich tot het politiebureau met het verzoek één en ander uit te zoeken. Dat verzoek is ingewilligd en uit het onderzoek is gebleken dat de op 10 juli 2006 aangehouden persoon niet [aanvrager] was, maar wel diens personalia heeft opgegeven, terwijl de politie heeft nagelaten de juistheid daarvan te onderzoeken."

4.2. De inhoud van het onder 4.1 genoemde geschrift geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling.

4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 12 oktober 2006;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 9 december 2008.