Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BG5801

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
02-12-2008
Zaaknummer
07/13033 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG5801
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van NN Schadeverzekering Maatschappij N.V., waaruit blijkt dat op 19-7-2006 voor het motorvoertuig met het kenteken AA-00-BB wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Kr uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen, dat de Kr, ware hij daarmee bekend geweest, aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 891
RvdW 2009, 28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 december 2008

Strafkamer

nr. 07/13033 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 juli 2007, nummer 16/455182-07, ingediend door mr. F.J.E. Hogewind, advocaat te Amsterdam, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig (voertuig) waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 19 juli 2006 met het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair tien dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden blijkt dat op 19 juli 2006 voor het motorvoertuig met het kenteken [AA-00-BB] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 10 augustus 2007 van Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., welke verklaring inhoudt:

"Ter voldoening aan het gestelde in artikel 34, lid 2, van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (W.A.M.) verklaart Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., Postbus 90504, 2509 LM, Den Haag, Code CRWAM: 123 hierbij dat op 19-07-2006 voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de W.A.M. gestelde eisen voldeed, afgesloten onder polisnummer [001] en dat het CRWAM, voor zover noodzakelijk, is aangepast dan wel gecorrigeerd."

4.2. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Kantonrechter uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen, dat de Kantonrechter, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 juli 2007;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 2 december 2008.