Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BG3579

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
C07/120HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG3579
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid boedeltekort; kennelijk onbehoorlijke bestuur; hoofdelijke aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon als bedoeld in art. 2:11 BW (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 1003
RvdW 2009, 107
RO 2009, 17
JRV 2009, 246
JWB 2008/518
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/120HR

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiseres 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [Eiseres 3],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

Mr. J.A.M. REUSER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Westland Recycling B.V.,

wonende en kantoorhoudende te Pijnacker,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid [eisers] en de curator; eisers tot cassatie afzonderlijk ook als [eiser 1], [eiseres 2] en [eiseres 3].

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 december 1999 is Westland Recycling B.V. (hierna: Westland) in staat van faillissement verklaard met benoeming van verweerder in cassatie als curator.

De curator heeft bij exploten van 17 april 2001 [eisers] gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat [eisers] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van Westland, met een hoofdelijke veroordeling van [eisers] tot betaling van een voorschot daarop. Daarnaast heeft de curator van [eiser 1] en van [eiseres 2] terugbetaling gevorderd van door Westland aan hen verstrekte leningen, met rente.

[Eisers] hebben de vorderingen bestreden.

Na een tussenvonnis van 18 september 2002, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 21 april 2004 de vorderingen van de curator grotendeels toegewezen.

Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [eisers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij tussenarrest van 27 april 2006 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten. Nadat beide partijen een akte hadden genomen, heeft het hof bij eindarrest van 19 december 2006 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd, met dien verstande dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van [eisers] jegens de failliete boedel van Westland voor het bedrag van de schulden, voorzover die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, wordt beperkt tot € 600.000,--.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft geconcludeerd dat het hof in de bestreden arresten het recht niet heeft geschonden noch vormen heeft verzuimd die op straffe van nietigheid in acht moeten worden genomen.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de curator mede door mr. S.M. Kingma, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 1.219,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.