Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BG3578

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
08/04156
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG3578
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bopz; machtiging tot voortgezet verblijf; nodige bereidheid; gevaarscriterium (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 997
RFR 2009, 26
RvdW 2009, 103
JWB 2008/531
BJ 2009/3
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2008

Eerste Kamer

08/04156

RM/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT UTRECHT,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie

De officier van justitie heeft op 29 mei 2008, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring alsmede het behandelingsplan, de stand van zaken daarvan en de in art. 37a van de Wet Bopz bedoelde aantekeningen, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank heeft betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw, de behandelend psychotherapeut, de mentor tevens broer, en de moeder van betrokkene, op 26 juni 2008 gehoord. Hierna heeft zij bij beschikking van 27 juni 2008 de verzochte machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in het Symfora Groep of in een ander psychiatrisch ziekenhuis verleend voor de duur van twee jaren, derhalve uiterlijk tot en met 27 juni 2010.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 14 november 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman, en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.