Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BG1654

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
09-12-2008
Zaaknummer
07/11532 A
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG1654
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Overeenkomstig hetgeen de HR heeft geoordeeld t.a.v. de NL witwasbepalingen is voor een dergelijke veroordeling niet vereist dat komt vast te staan dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Voldoende is dat komt vast te staan dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 919
RvdW 2009, 64
NJB 2009, 81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 december 2008

Strafkamer

Nr. 07/11532 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 maart 2007, nummer H-230/06, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring "Bon Futuro" op CuraƧao.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 1.

2.2. Dat feit betreft het medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van het opzettelijk witwassen van geld, strafbaar gesteld bij art. 2 in verbinding met art. 1 van de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld.

Overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft geoordeeld ten aanzien van de Nederlandse witwasbepalingen (vgl. HR 27 september 2005, LJN AT4094 NJ 2006, 473 en HR 7 oktober 2008, LJN BD2774) is voor een dergelijke veroordeling niet vereist dat komt vast te staan dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Voldoende is dat komt vast te staan dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Voor zover het middel op een andere opvatting berust, faalt het.

2.3. Ook overigens kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 27 maart 2007 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaren.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zeven jaren en zeven maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 9 december 2008.